Vertelt uw kinderen daarvan, en laat het uw kinderen hun kinderen vertellen, en derzelver kinderen aan een ander geslacht.
Joël 1:3
Om privacy gevoelige redenen zijn de nieuwsbrieven en een gedeelte uit schoolgids en nog enkele zaken niet meer publiekelijk toegankelijk. Als ouders kunt u een inlog aanvragen
Aan het begin van het schooljaar 2011/2012 zullen alle artikelen die betrekking hebben op het vorige schooljaar worden gearchiveerd
Schoolgids cat
PDF Afdrukken E-mail

Schoolgids 2011-2012

Vanwege privacy zijn de laatste hoofdstukken van de schoolgids alleen toegankelijk voor ouders, door in te loggen.
DEZE GIDS IS EN BLIJFT ACTUEEL. DUS DE LAATSTE WIJZIGINGEN WORDEN ALTIJD DOORGEVOERD.
U kunt de nieuwste versie van de schoolgids na inloggen ook downloaden
Raadpleeg daarom regelmatig deze gids!
 
Schoolgids 2011-2012 woord vooraf

 

 

Hij is de Rotssteen,

Wiens werk volkomen is.

 

Deuteronomium 32 : 4a

 

 

Christelijke Nationale School

Foarwei 39 9113 PB Wâlterswâld

tel. 0511 421654

www.cnsww.nl

Rekeningnummer: 3433.02.225

voorzitter bestuur: Dhr. G. Vellema

tel. 0511 423434

secretaris bestuur: Dhr. S. Eisma

tel. 0511 425424

bestuur@cnswouterswoude.nl

directeur: Dhr. T. Visser

tel. 0511 425264

directie@cnswouterswoude.nl

schooltijden:

ma. t/m vr. (uitgezonderd wo.)

08.25 – 11.45 uur en 12.55 – 15.15 uur

wo. 08.25 – 12.15 uur

Woord vooraf

 

Voor u ligt de schoolgids van het schooljaar 2011 / 2012.

De schoolgids van de CNS is bedoeld voor ouders van schoolgaande leerlingen, toekomstige leerlingen
en voor belangstellenden. In deze gids maakt u kennis met de geschiedenis van de CNS, haar beginselen,
haar zienswijze op het onderwijs en de ontwikkeling daarvan. Daarnaast neemt ook praktische
informatie een belangrijke plaats in. Een schoolgids is een levend document. Door de loop der tijd kan
met name de praktische informatie wijzigen. Van deze wijzigingen wordt u op de hoogte gebracht door
 middel van de nieuwsbrieven van de school.
Deze gids wordt samengesteld door directie en team, ter instemming gegeven aan de
medezeggenschapsraad en vastgesteld door het bestuur. Wanneer u opmerkingen heeft over de vorm
of over inhoud van de gids, horen wij dat graag van u. Neemt u hiervoor contact op met de directeur.
Wij stellen uw inbreng zeer op prijs.

We wensen u veel leesplezier en hopen met elkaar op een goed en gezegend schooljaar 2011 / 2012.

 

Met vriendelijke groet,

bestuur en directie CNS Wâlterswâld

 

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

2 Woord vooraf

 

5 H1 Schoolprofiel

5 Locatie

5 Populatie

6 Historie

9 Missie

 

13 H2 Organisatie

13 Vereniging en bestuur

13 Personeel

15 Stagiaires

15 Medezeggenschapsraad

15 Ouderraad

15 Externe deskundigen

 

18 H3 Onderwijs

18 Schooltijden en vrije dagen

18 Werkwijze

19 Vakken en methodes

21 Huiswerk

22 Schoolactiviteiten

28 Leerlingvolgsysteem

29 Zorg

31 Resultaten onderwijs

31 Naar het VO

33 Sociale veiligheid

34 Toezicht

 

37 H4 Schoolontwikkeling

37 Schoolplan en jaarplan

39 Visie

40 Professionalisering

leerkrachten

41 H5 Schoolreglement

41 Algemene schoolregels /

Regels van de week

41 Gedrag / kleding / veiligheid

42 Aansprakelijkheid

42 Schoolplein

43 Fietsen

43 Openbare weg

43 Voeding

44 Verjaardagen

44 Geboorte

44 Na schooltijd

 

45 H6 Ouders

45 Aanmelding nieuwe leerling

46 Schriftelijke

informatievoorziening

47 Contact ouders

48 Ouderbijdrage

48 Financiële steun

49 Tussenschoolse opvang

49 Adreswijziging

49 Klachten

51 Schade of letsel

52 Vrij van school

 

54 H7 Praktische info

54 Groepsverdeling

54 Jaaragenda / belangrijke data

57 Psalm & H.C.-rooster

58 Telefoonbomen

61 Namen en adressen

65 Notities

Hst. 1 Schoolprofiel

Hst. 1 Schoolprofiel


Welkom op de CNS! In dit hoofdstuk ontmoet u de school in diverse facetten. Nadat u eerst de praktische gegevens van de
school is weergegeven, wordt u de ontstaansgeschiedenis van onze bijzondere school in de Friese Wouden verteld.
Het laatste deel van dit hoofdstuk richt zich op de missie, de bestaansgrond van de CNS.
Deze missie is tijdloos en laat zien waar de CNS voor staat.


Locatie
De CNS in Wâlterswâld is gelegen in de Noordelijke Friese Wouden (Noardlike Fryske Wâlden). De Friese Wouden liggen op hoge
zandgronden. Kenmerkend is het zogenaamde coulisselandschap. De Noordelijke Friese Wouden is een streek met een heel
eigen karakter.


De CNS is gelegen aan de Foarwei in Wâlterswâld. Voor kijkt de school uit over het plein met veel groen, achter over de
weilanden.
Het schoolgebouw telt 6 groepslokalen waarvan er 1 is ingericht als computerlokaal. Behalve personeels-ruimte,
directiekamer e.d. zijn er ook een multifunctionele ruimte, waar de uitgebreide schoolbibliotheek zich bevindt en die o.a. gebruikt
wordt als handwerkruimte, een speellokaal wat ook multifunctioneel gebruikt wordt, een IB/RT-ruimte en een
handvaardigheidsruimte. De school is uitstekend gesitueerd voor natuurexcursies en andere buitenschoolse activiteiten.
De sporthal van dorpshuis De Nije Warf is op loopafstand. De CNS is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.


Populatie
Dit schooljaar telt de CNS ± 88 leerlingen die verdeeld zijn over 4 groepen. Het merendeel van deze leerlingen is afkomstig uit
Driezum, Wâlterswâld en Damwâld. Van ieder van deze leerlingen hebben de ouder(s) of verzorger(s) bij de aanmelding te
kennen gegeven in te stemmen met de grondslag van de school.


Historie
De 19e eeuw is de tijd van burgers en stoommachines, de tijd van het ontstaan van een parlementair stelsel en de toename
van de volksinvloed, de tijd van de industriële revolutie en de opkomst van de emancipatiebewegingen.
De 19e eeuw is de eeuw van de grote tegenstellingen op politiek (liberalen contra con-servatieven, antirevolutionairen en
katholieken) en kerkelijk (vrijzinnigen contra orthodoxen) terrein. En deze eeuw is ook de eeuw van de schoolstrijd, de eeuw
van de ontstaansgeschiedenis van de Christelijk Nationale School in Wâlterswâld.


In 1787 wordt de eerste steen van een nieuwe school in Driezum gelegd. ''k Staa open en gereed ten nut van 't Algemeen' is
de tekst die deze steen siert. Dat het onderwijs er ook hoort te zijn voor het 'inscherpen van de vreze des Heeren', staat nog
wel in de statuten, maar wordt in deze tijd niet belangrijk genoeg geacht om in de eerste steen te zetten. De schoolwet van
1806 maakt de school tot staatsschool die rekening dient te houden met alle godsdienstige opvattingen. Het blijkt voor de
school moeilijk om het christelijk karakter te bewaren.


In de Dokkumer Wouden ontstaat zo langzamerhand een voedingsbodem voor bijzonder, christelijk onderwijs.
De Afgescheidenen buiten de Nederlands Hervormde Kerk en de zogenaamde Waarheidsvrienden binnen de Nederlands
Hervormde Kerk willen graag een eigen school beginnen. Voor Dantumawâld, Driezum en Wâlterswâld wordt de Vereniging
tot bevordering van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs opgericht. Een belangrijke steunpilaar voor de vereniging is baron
Van Sytzama, die tegelijkertijd burgemeester is. Het stichten van een nieuwe school is geen weg zonder moeilijkheden.
Geldgebrek vertraagt de plannen en van overheidskant valt niets te verwachten. Na een grote geldinzamelingsactie in 1868
komt er een bedrag binnen van 3000 gulden. Het aandeel van de baron en de kerkbesturen van de hervormde gemeenten
van Driezum en Wâlterswâld is hierin niet onbelangrijk. En ondanks tegenstand van schrijver en liberaal schoolmeester
H.G. v.d. Veen, schoolinspecteur Behrns en Gedeputeerde Staten opent zich de weg voor een christelijke school. Een stuk
grond aan de Grintweg (nu de Foarwei) in Wâlterswâld wordt aangekocht voor de bouw van een nieuwe school. En op
6 januari 1874 wordt de CNS ingewijd. Het is de eerste christelijke school van Dantumadiel. In 3 jaar tijd groeit het aantal
leerlingen tot maar liefst 160. Nog steeds heeft de CNS het niet makkelijk. Overheidssteun ontbreekt en het schoolgebouw
begint al snel gebreken te vertonen. Eén onderwijzer geeft samen met een kwekeling les aan 6 klassen tegelijk.
Het lekkende dak maakt het lesgeven er niet gemakkelijker op en zorgt voor natte vlekken op boeken en leien.
's Winters dragen kinderen en onderwijzers met stro gevulde klompen tegen de kou. De Hervormde kerken, de baron,
rijke boeren en andere meelevenden steunen zoveel mogelijk. Gelukkig komt in 1890 het eerste rijksgeld binnen
en krijgen in 1917 het bijzonder en openbaar onderwijs dezelfde financiële rechten.


De jaren '20 met haar voorspoed en vooruitgang gaan de CNS niet voorbij. Dat zelfde geldt ook voor de crisisjaren '30.
In de oorlogsjaren '40 – '45 wil de bezettende macht het onderwijs in nationaal-socialistische geest brengen en komt het
schoolbestuur voor verschillende moeilijke kwesties te staan. Bovendien kampt de CNS met brandstofproblemen.
Door de kou krijgen de kinderen zelfs vrij. In 1945 wordt de school bezet door de Duitsers, maar dat is van korte duur.
Een maand later is Friesland bevrijd.


In de naoorlogse jaren wijzigt de CNS haar statuten. De zinsnede 'belijdenisgeschriften der Nederlands Hervormde Kerk'
wordt in 1957 gewijzigd in 'belijdenisgeschriften van de kerken der Reformatie hier te lande'. Zo krijgen ook christelijk
gereformeerden de kans om lid te worden van de schoolvereniging. Voor een kleuterschool wordt overigens samenwerking
gezocht met de gereformeerden.
En zo verrijst in 1959 in Driezum de kleuterschool 't Roazeknopke. Per 1 augustus 1985 treedt de Wet op het Basisonderwijs
in werking. Het kleuteronderwijs krijgt nu een plekje binnen de CNS. De tijd van afzonderlijk kleuteronderwijs is voorbij,
evenals de termen hoofd der school of kleuterleidster. De lagere school samen met de kleuterschool is basisschool geworden.


Op 10 juli 1958 is het feest op de CNS. Een nieuwe moderne school wordt geopend. Het bestuur kiest ervoor om de oude
naam te handhaven. Het nieuwe pand krijgt een gedenksteen met daarop de woorden:
'Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is' (Deut. 32 : 4a).


In de jaren '80 krijgt de CNS steeds meer de trekken van een reformatorische school. De school sluit zich aan bij de
Vereniging voor Gereformeerd School-onderwijs (VGS) en de gereformeerde schoolbegeleidingsdienst BGS (nu Driestar-
Educatief).
Ook in de praktijk van het schoolleven begint het reformatorisch karakter steeds duidelijker trekken te krijgen. Het bestuur wil
echter niet spreken van een reformatorische school, maar van een Christelijke Nationale School op reformatorische grondslag.
Onder druk van de gemeente en om buiten schot te blijven bij toekomstige schoolfusies worden de statuten toch veranderd.
In de speciaal hiervoor gehouden ledenvergadering stemmen 47 van de 49 leden voor toevoeging van de zin: 'De vereniging
beoogt het volgen van basisonderwijs op reformatorische grondslag'. Hierna stijgt het aantal leerlingen. De CNS krijgt een
regionale functie door de komst van leerlingen uit andere dorpen.


In 1999 viert de CNS haar 125-jarig bestaan. Een reünie trekt ruim 300 oud-leerlingen en voormalige personeelsleden.
Met dankbaarheid wordt teruggezien op de geschiedenis van de CNS. Onder Gods zegen is de school opgebouwd en is jaar in
jaar uit christelijk onderwijs gegeven aan duizenden kinderen. Een gedenkboek wordt uitgegeven met als titel:
'1874 – 1999 Op dezelfde vaste grond'.


De historie van de CNS is een geschiedenis van hoogten en diepten. Na 1999 wordt dat niet anders. Wanneer we terugblikken,
mogen we één ding wel concluderen: Het is Gods trouw dat de CNS nog mag bestaan. Gods genade tegenover menselijke
zonden, ontrouw en misrekeningen. Daarom mag de CNS ook voor de toekomst al haar hoop stellen op die God, Die werkelijk
Rotssteen wil zijn.


Missie

Grondslag
De CNS te Wâlterswâld geeft christelijk basisonderwijs op reformatorische grondslag. Zij belijdt één drie-enig God die eeuwig is,
onbegrijpelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig en almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig, goed en een zeer
overvloedige fontein van alle goed.
God geeft Zichzelf aan ons te kennen in de natuur en in de Bijbel. De Bijbel is dan ook het onfeilbare, heilige en Goddelijke
Woord van God. De CNS onderschrijft geheel en onvoorwaardelijk de 3 Formulieren van Enigheid (zoals deze zijn vastgesteld
door de Nationale Synode in Dordrecht in 1618 en 1619) en gebruikt de Statenvertaling en de psalmberijming uit 1773.


De mens en de wereld
De CNS ziet de wereld, waarin zij haar plaats heeft, als door God goed geschapen. Door de ongehoorzaamheid van de mens
tegen God zucht de schepping onder de vloek van de zonde en is zij aan het verderf onderhevig. Toch blijft deze wereld Gods
eigendom en blijft de opdracht van God aan de mens om bijzondere zorg te dragen voor Zijn schepping bestaan.
De CNS wil deze opdracht aan de leerlingen doorgeven en hen ook wijzen op Gods majesteit en heerlijkheid in Zijn schepping,
evenals Zijn liefde en trouw.


De mens en God
De CNS beaamt het Bijbelse gegeven dat de mens door God als kroon op Zijn schepping geschapen is. God maakte de mens
naar Zijn eigen beeld. Dat betekent dat de mens goed was, in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Het doel van ieder mens
is om God te kennen zoals Hij is, Hem van harte lief te hebben en met Hem in eeuwige zaligheid te leven. De mens is geschapen
om God te loven en te prijzen.


Door de val van het verbondshoofd Adam is het hele menselijke geslacht in zonde gevallen. De natuur van ieder mens is
verdorven. Het licht dat in ons was, is in duisternis veranderd. De uitnemende gaven die God ons geschonken had, hebben we
verloren. Alleen dankzij Gods genade hebben we kleine overblijfselen daarvan gehouden. Ieder mens wordt in zonde ontvangen
en geboren en kan niet meer in het rijk van God komen. En door zijn geestelijke blindheid is het zich dit niet eens bewust.


Maar te midden van de duisternis heeft God Zelf het Licht der wereld naar de aarde gezonden: Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus.
Christus heeft de schuld van de mens op zich genomen en is gestorven aan het kruis. Het lijden en sterven van Christus maakt
herstel van de breuk tussen God en mens mogelijk. Wanneer de mens, door het werk van de Heilige Geest, tot geloof in Christus
en tot bekering komt, worden al zijn zonden hem vergeven. De gehoorzaamheid van Christus wordt hem toegerekend. Zijn leven
wordt vernieuwd en hij mag gaan leven in dankbaarheid, afhankelijkheid, in navolging van Christus en in de hoop op de
herschepping van de wereld.


De CNS wil ieder kind wat aan haar zorgen is toevertrouwd, brengen tot de ken-nis van God, van zichzelf en van Jezus Christus
de Verlosser.


De mens en de medemens
Jezus noemt het gebod 'de naaste lief te hebben als jezelf' gelijk aan het gebod 'God lief te hebben boven alles'. De CNS hecht
aan de waarden 'liefde' en 'respect'. Deze waarden komen tot uiting in gedachten, woorden en werken. God
gebiedt ons onze
naaste geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid te bewijzen. Geen mens mag een ander mens
kwetsen, haten, onteren of doden. Dit mag niet met daden, maar ook niet met woorden of gebaren, zelfs niet in gedachten.
God vraagt van ons om schade aan onze naaste zoveel mogelijk tegen te houden en ook onze vijanden goed te doen.

Respect komt tot uiting in de manier waarop we elkaar aanspreken en met elkaar omgaan. Gezagsverhouding is een Bijbels
gegeven, waar ook op een Bijbelse wijze mee omgegaan dient te worden. Naast de verantwoordelijkheid die iedere
leidinggevende heeft (in de klas, in het team, als bestuur) om op liefdevolle en integere wijze gezag uit te oefenen,
wordt er naar de andere zijde een beroep gedaan op een behoorlijke gehoorzaamheid. Een ieder moet alle eer, liefde en trouw
bewijzen aan degenen die over hen gesteld zijn. En ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebben. Respect en liefde zijn
voorwaarden in het omgaan met geschillen en het vergeven van de ander. Waar respect en liefde heerst is ook eerlijkheid,
rechtvaardigheid, toewijding, ijver en wederzijds vertrouwen.


Op de CNS is morele vorming van wezenlijk belang. Zo wordt de leerlingen geleerd gehoorzaam te zijn aan gezag, respect te
tonen voor de meningen en gevoelens van anderen, verantwoorde beslissingen te nemen en consequenties van hun daden te
dragen. Het zelfvertrouwen en de sociale weerbaarheid wordt bevorderd en samenwerken wordt gestimuleerd. Ieder mens is
burger van een samenleving en dit vraagt om een actieve en principiële bijdrage. Het leven naar en vanuit Gods Woord moet
merkbaar zijn in de relatie mens – medemens.
Uiteindelijk zal de CNS een afspiegeling dienen te zijn van wat God in Zijn Woord zegt over het samenleven van mensen onderling.


Het onderwijs
Het onderwijs op de CNS wil bijdragen tot de vorming van elke leerling tot een zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende,
persoonlijkheid. Geschikt en bereid om de ontvangen gaven te besteden tot Zijn eer, tot heil van het schepsel en tot welzijn van
kerk, gezin en alle maatschappelijke verbanden waarin God hem plaatst.

Behalve dat God van ons vraagt om Zijn inzettingen en rechten door te geven aan de volgende generatie, heeft Hij ook aan ieder
mens gaven en mogelijkheden gegeven die tot ontwikkeling gebracht mogen worden. Een leerkracht heeft de mooie taak van een
gids en metgezel die leerlingen begeleidt op een stukje van hun levensweg. Hij begeleidt de leerling in zijn leerproces op het
gebied van cognitieve ontwikkeling, de vorming van de wil, het geweten, het gevoelsleven, de sociale, de esthetische en de
creatieve vorming. Het onderwijs op de CNS heeft tot taak de uniciteit van leerlingen als gave tot ontplooiing te laten komen.
Het moet daarom recht doen aan de eigenheid van leerlingen. Leerlingen moeten hun gaven en talenten, hun uniciteit, kunnen
ontdekken en ontwikkelen. Een goed pedagogisch klimaat, waarbij het bieden van ondersteuning en het scheppen van uitdagende
leersituaties kernwoorden zijn, is hierbij onmisbaar.


Onderwijs reikt verder dan wat zich er binnen een klaslokaal tussen één leraar en zijn leerlingen afspeelt. De hele school wil
functioneren als een leer- en leefgemeenschap met een positief denk- en leefklimaat, gericht op Gods Woord.
En waar de dingen die in de klas plaatsvinden, in de context staan van de missie en visie die de hele school uitdraagt, staat de
school ook weer in een grotere context, namelijk die van gezin en kerk. Opvoeding en onderwijs is een bijbelse opdracht.
Christelijke opvoeding en reformatorisch onderwijs horen elkaar aan te vullen. Overeenkomsten worden benadrukt. Uiteindelijk
staat de CNS ook in het brede verband van de maatschappij. Vanuit christelijk oogpunt voedt de school haar leerlingen dan ook
op tot burgerzin. Ze worden gestimuleerd de samenleving positief en waarnodig kritisch te dienen.


De CNS ziet het als haar roeping vorm te geven aan goed reformatorisch onderwijs, toegesneden op de talenten van elk van haar
leerlingen.
Dit alles kan alleen in afhankelijkheid van de zegen van de Heere. 
Hst. 2 Organisatie

Hst.2 Organisatie

Om als school goed te kunnen functioneren, is een goede organisatiestructuur onmisbaar. Verschillende geledingen vinden haar
plaats op de CNS en ieder van die geledingen hebben baat bij een duidelijke functie- en taakomschrijving. In dit hoofdstuk
wordt een korte omschrijving gegeven van de verschillende functies en raden met hun verantwoordelijkheden.
Ook de externe deskundigen komen aan bod.


Vereniging en bestuur
De CNS gaat uit van de Vereniging tot het verstrekken van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Driezum, Wâlterwâld en
Damwâld. De school is een christelijke school, die behoort tot de reformatorische denominatie of richting.

Het bestuur wordt gekozen door de leden van de vereniging en is aangesloten bij de landelijke vereniging van besturen van
reformatorische scholen, de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Het bestuur bestaat uit 7 bestuursleden en
wordt ondersteund door een bestuursadviseur.


Het doel van de vereniging is verwoord in artikel 1.4 van de statuten: De vereni-ging beoogt het volgen van basisonderwijs op
reformatorische grondslag mogelijk te maken in haar werkgebied, gegeven overeenkomstig de grondslag verwoord in artikel 2.
De genoemde grondslag in artikel 1 lid 4, wordt in artikel 2 als volgt omschreven: De vereniging heeft als grondslag de Heilige
Schrift als het onfeilbaar Woord van God, zoals daarvan belijdenis wordt gedaan in de artikelen 2 tot en met 7 van de
Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zij onderschrijft geheel en onvoorwaardelijk de Drie Formulieren van Enigheid, zoals deze zijn
vastgesteld door de Nationale Synode gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 en 1619. De vereniging maakt gebruik van de
getrouwe overzetting van de Heilige Schrift uit de oorspronkelijke talen in de Nederlandse taal volgens het besluit van
voornoemde Synode, zomede van de Psalmberijming van 1773.


Op de jaarlijkse ledenvergadering legt het bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid aan de leden van de verenging.
Ouders die lid willen worden van de schoolvereniging en de grondslag en doelstelling van de vereniging onderschrijven, kunnen
zich opgeven bij de secretaris van het bestuur.


Personeel
Directie
De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de school en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door het bevoegd
gezag vastgestelde beleid. Samen met de zorgcoördinator vormt de directeur het Management Team (MT) van de school.
De directeur staat enkele dagdelen voor de klas.


Leerkrachten
De leerkracht is verantwoordelijk voor het onderwijs- en opvoedingsleerproces in zijn of haar groep. De leerkracht zorgt voor een
goed pedagogisch klimaat, werkt met het door de school gekozen model voor didactisch handelen, geeft vorm aan het
onderwijsprogramma, houdt de resultaten van de leervorderingen bij en rapporteert aan de directeur en de zorgcoördinator
(intern) en aan de ouders (extern). De leerkracht is de eerst aanspreekbare voor de ouders als het over het onderwijs aan hun
kind gaat. Wanneer meerdere leerkrachten voor een groep staan, is één de eindverantwoordelijke. Alleen als beide leerkrachten
evenveel voor de klas staan, is er sprake van een gedeelde eindverantwoording.

Wanneer een leerkracht door ziekte, verlof of andere redenen niet voor de klas kan staan, probeert de school voor vervanging te
zorgen. Indien mogelijk is de vervangende leerkracht steeds dezelfde persoon.


Zorgcoördinator
De zorgcoördinator is belast met de coördinatie van het afnemen van toetsen in het kader van het leerlingvolgsysteem.
Aan de hand van deze toetsuitslagen wordt bepaald wie extra begeleiding nodig heeft. De zorgcoördinator coördi-neert en
bewaakt deze hulp en neemt zo nodig contact op met externe deskundigen, zoals de schoolbegeleider of de orthopedagoog.
De zorgcoördinator is hiervoor enkele dagdelen op school aanwezig. Samen met de directeur vormt de zorgcoördinator het
Management Team (MT) van de school.


Onderwijsassistent
De onderwijsassistent assisteert bij het geven van onderwijs en verricht allerhande activiteiten die de goede gang van het
onderwijs bevorderen. Indien nodig betreft dit ook extra hulp aan leerlingen of begeleiden onder verantwoording van een
gediplomeerde leerkracht.


Interieurverzorgers
De schoolschoonmakers maken enkele keren per week volgens gemaakte af-spraken de school schoon, wassen het
linnengoed en beheren de werkvoorraad.

De klusjesman van de CNS werkt op vrijwillige basis en voert in goed overleg met de directeur praktische werkopdrachten,
herstellingen en verfraaiïngswerken uit aan interieur en gebouw.


Stagiaires
Onze school is stageschool voor studenten van Christelijke Hogeschool De Driestar te Gouda, het Hoornbeeck College te Kampen
en De Friese Poort te Leeuwarden. Daarnaast wordt er ook door andere scholen wel een beroep op ons gedaan om stagiaires te
plaatsen. Niet altijd hoeft het dan om lesactiviteiten te gaan. Er wordt per aanvraag bekeken of de school aan zo´n verzoek kan
voldoen. Een stagiaire kan in een klas of in de gymzaal lesactiviteiten verrichten voor kortere of langere duur.
De leerkracht houdt uiteraard de eindverantwoording.


Medezeggenschapsraad
De medezeggenschapsraad (MR) praat mee over alles wat met de school te maken heeft. Het schoolbestuur moet ieder
belangrijk besluit voorleggen aan de raad. De medezeggenschapsraad kan ook ongevraagd een standpunt kenbaar maken aan
het bestuur. Sinds het in werking treden op 1 januari 2007 van de nieuwe wet 'Medezeggenschap op scholen' bestaat er geen
ontheffingsmogelijkheid meer voor het hebben van een MR. Op 10 december 2008 is op de CNS de MR officieel opgericht.
De MR op de CNS heeft een advies- en instemmingsrecht en bestaat uit zowel een ouder- als een personeelsgeleding.
De bevoegdheden van de MR en de vergaderdata, alsook het jaarrooster en het jaarplan kunt u vinden op de website van de
school of vragen bij de secretaris van de MR. De MR informeert u ook door middel van de nieuwsbrieven van de CNS.


Ouderraad
De ouderraad (OR) is actief op het gebied van organisatie en ondersteuning van activiteiten in en om de CNS. Deze activiteiten
zijn divers, maar hebben alle als overeenkomst dat ze praktisch zijn van aard. Extra schoonmaak, tussenschoolse opvang,
kopieerwerkzaamheden, verkeer, bibliotheek, handwerken en luizencontrole zijn vaste onderdelen, zodat hiervoor commissies
zijn gevormd. Verder wordt de OR ingeschakeld voor hulp bij bijvoorbeeld diensten en vieringen, feesten en evenementen en
andere voorkomende schoolactiviteiten.

In de OR hebben 8 ouders zitting, die elk contactpersoon zijn van één van de commissies en 2 personeelsleden.
De OR vergadert enkele malen per jaar. Leden van de OR kunnen niet alleen de activiteiten uitvoeren. Om alles goed te laten
verlopen benaderen zij ook andere ouders. De OR houdt goed contact met het team en de directie.


Externe deskundigen
Schoolbegeleidingsdienst Driestar Educatief
De CNS is aangesloten bij schoolbegeleidingsdienst Driestar Educatief. Driestar Educatief kan worden gevraagd bij
leerlingenonderzoek, leerlingenbespreking en leerlingenbegeleiding. Wanneer dit het geval is, wordt in alle gevallen overleg
gepleegd met de ouders. Bovendien ontvangen ouders van onderzoeken en consultaties altijd een verslag.
Verder kan Driestar Educatief ingeschakeld worden voor kennisoverdracht of advies en begeleiding van de school of
leerkrachten zelf op het gebied van verschillende onderwijs- en opvoedkwesties.


High5-Onderwijsadvies
Het team van de CNS wordt terzijde gestaan door High5-Onderwijsadvies. Deze dienst helpt de school bij vragen met
betrekking tot organisatie en management, kwaliteitszorg, visieontwikkeling, zorgstructuur, adaptief onderwijs en de sociaal
emotionele ontwikkeling van kinderen. De afgelopen jaren is High5-Onderwijsadvies een regelmatige gast geweest op de CNS
met betrekking tot advies- en schoolverbeteringstrajecten.


Jeugdgezondheidszorg
In groep 2 en in groep 7 worden alle leerlingen uitgenodigd voor een gezond-heidsonderzoek door de Jeugdgezondheidszorg
van GGD Fryslân.


Het onderzoeksprogramma in groep 2 ziet er als volgt uit: Alle kinderen in groep 2 en hun ouders/verzorgers krijgen een
uitnodiging voor het gezondheidsonderzoek door de jeugdarts en de assistente. Dit bestaat uit een uitgebreid lichamelijk
onderzoek en een gesprek over opvoeding, gedrag en gezondheid. De ouders vullen vooraf een vragenlijst in over de
gezondheid van hun kind. De leerkracht kan bijzonderheden over leerlingen voor het onderzoek doorgeven via een
signaleringslijst. Naar aanleiding van de vragen en de onderzoeksbevindingen kunnen de ouders een advies of een verwijzing
krijgen. Soms volgt een herhalingsonderzoek of een gesprek. De groepsleerkracht ontvangt, na toestemming van de ouders,
zonodig informatie over het onderzoek.


Het onderzoek voor de leerlingen in groep 7 bestaat uit een kort onderzoek van lengte, gewicht en gezichtsvermogen.
De ouders vullen vooraf een vragenlijst in over leefstijl en de psychosociale gezondheid van hun kind. De leerkracht kan
bijzonderheden over leerlingen voor het onderzoek doorgeven via een signale-ringslijst. Naar aanleiding van hun vragen en de
onderzoeksbevindingen kunnen de ouders een advies of een verwijzing krijgen. Soms volgt een herhalingsonderzoek of een
gesprek met de verpleegkundige.


Logopedie
Vanuit de gemeente is er de mogelijkheid om een beroep te doen op een schoollogopediste. Zij zal op verzoek van de school
langs komen om kinderen te onderzoeken (de zogenaamde screening). Bij nodige behandeling zal zij de ouders via de huisarts
doorverwijzen naar een vrij gevestigde logopedist. Bij kleinigheden kan er volstaan worden met een blad tips voor thuis.
De logopediste onderzoekt kinderen die een afwijkend mondgedrag hebben, een vertraagde spraak /taalontwikkeling hebben,
stotteren of hees zijn of andere problemen hebben op het gebied van spraak en taal. Gedurende de kleuterperiode kan elk
kind een keer door de logopediste worden onderzocht. Na afloop krijgt u hiervan bericht.


Fysiotherapie
Wanneer ouders en/of leerkrachten bij kinderen problemen signaleren op het gebied van motoriek, kan Skrep Kinderfysio op
school een onderzoek doen of een behandeling geven. De kinderfysiotherapeuten komen langs en kunnen kinderen screenen
en behandelen tijdens schooltijd. Op die manier is er sprake van een optimale samenwerking met leerkrachten en ouders.
Skrep Kinderfysio geeft daarnaast adviezen en tips die thuis, op school of tijdens het sporten kunnen worden toegepast.


Schoolmaatschappelijk werk
Stichting Vluchtheuvel biedt school en ouders ondersteuning wanneer er zorgen zijn in de school- of thuissituatie.
Deze zorgen kunnen betrekking hebben op de opvoeding, het gedrag, problemen met weerbaarheid of relationele problemen.
De schoolmaatschappelijk werker heeft een luisterend oor en geeft gerichte adviezen aan ouders en/of leerkrachten.
Ouders kunnen via de zorgcoördinator een afspraak maken voor een gesprek.
Hst. 3 Onderwijs

Hst. 3 Onderwijs


'Het onderwijs op de CNS wil bijdragen tot de vorming van elke leerling...' Zo begint het deel over het onderwijs in de missie van
de CNS in hoofdstuk 1 van deze gids. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag hoe het onderwijs op de CNS wordt
vorm gegeven.


Schooltijden en vrije dagen
Het schooljaar 2011/2012 start op maandag 5 september 2011. De schooltijden van de CNS op maandag t/m vrijdag
(uitgezonderd woensdag) duren van 08.25 – 11.45 uur en 12.55 – 15.15 uur. 's Woensdags zijn de leerlingen 's middags vrij en
duurt de ochtend tot 12.15 uur. De ochtendpauzes duren van 10.15 – 10.30 uur.


Groep 1 heeft geen school op maandagmiddag en vrijdagmiddag.
Groep 2 en 3 zijn vrijdagsmiddags vrij.

Vanaf 08.15 uur zijn de leerlingen van groep 1 t/m 4 welkom in hun klaslokaal. Groep 1 en 2 mogen 's middags ook 10 minuten
eerder naar binnen.


In een schooljaar vallen regelmatig vakanties, vrije dagen of dagen waarop af-geweken wordt van de gangbare schooltijden.
Deze data zijn alle vermeld op de jaaragenda. Hiervoor verwijzen wij u naar hoofdstuk 8 Praktische informatie.


Werkwijze
De CNS werkt met het leerstofjaarklassensysteem. Dat betekent dat leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd bij elkaar worden
ingedeeld in een jaargroep. In elk leerjaar wordt een afgesproken leerstofpakket de leerlingen aangeboden. In groep 1 en 2
wordt de leerstof aangeboden in thema's en wordt vooral ontwikkelingsgericht gewerkt. In groep 2 en 3 vindt een geleidelijke
overgang plaats naar het programmagericht werken zoals dat in de verdere groepen plaats vindt. De leerstof neemt een centrale
plaats in en wordt in vakken aangeboden.


Het leerlingenaantal van de school is de richtlijn voor de financiën die de CNS van het ministerie krijgt. De groepsgrootte en
–indeling is hiervan afhankelijk. Dit schooljaar 2011/2012 zijn de 8 groepen van de CNS ingedeeld in 4 combinatie-groepen.
De leerlingen van groep 0 (de instroom) worden ingedeeld bij groep 1/2. De CNS hecht veel waarde aan klassikaal onderwijs
vanwege de efficiëntie en de structuur. Door adaptief onderwijs te geven zijn leerkrachten in de gelegenheid de individuele
leerling de aandacht te geven die ze nodig hebben. De leerkrachten werken met het Zwols Model en met kwaliteitskaarten
waardoor aan de leerlingen en de verschillen tussen leerlingen recht wordt gedaan.


Vakken en methodes
De CNS streeft er naar de reformatorische versie van de kerndoelen, die door de overheid is vastgesteld voor het reformatorisch
primair onderwijs, te behalen.


Godsdienstonderwijs
Op de CNS beginnen we iedere schooldag met psalmzingen en gebed en sluiten we elk dagdeel met gebed. Met regelmaat wordt
aandacht besteed aan het zin-gen van geestelijke liederen. Iedere dag wordt godsdienstonderwijs gegeven. Dit gebeurt door het
vertellen van een Bijbelverhaal, door het leren van een psalm of catechismusvraag en –antwoord, door een Bijbelleesles of door
het maken van een Bijbelse verwerking. In groep 5 t/m 8 wordt feitenkennis vergroot door iedere week vragen te overhoren uit
de methode Namen & Feiten. Vanaf groep 6 komt in de geschiedenismethode ook de kerkgeschiedenis aan bod.


Activiteiten in de onderbouw
In de onderbouw wordt het onderwijs vormgegeven vanuit ontwikkelingsgebieden, waaronder auditieve ontwikkeling,
visuele ontwikkeling, taal-denken/taal-lezen, rekenen-denken, ruimtelijke oriëntatie, taal-communicatie, werkhouding,
sociaal-emotionele ontwikkeling/spelontwikkeling, grove motoriek en fijne motoriek. De tussendoelen van beginnende
geletterdheid en gecijferdheid worden nagestreefd. Bij de taalactiviteiten maken wij gebruik van de methode Taalfontein.
Bij rekenen wordt gebruikt gemaakt van de Rekentoren. De dagactiviteiten zijn in grote lijnen als volgt: ontvangstgesprek,
Bijbelverhaal, werkles, fruit eten, bewegingsonderwijs, arbeid naar keuze en spelen.


Basisvaardigheden
Onder basisvaardigheden wordt lezen, schrijven, taal en rekenen verstaan. Nadat in groep 1 en 2 gewerkt is aan de voorbereiding
voor de basisvaardigheden, wordt in groep 3 begonnen met het leren lezen, schrijven, taal en rekenen. Deze basisvaardigheden
hebben een centrale plaats in het onderwijs op onze school. Bij het lees-, schrijf- en taalonderwijs maken wij gebruik van de
methodes Taal-fontein en Schrijffontein (groep 3 t/m 8), bij het rekenonderwijs wordt gewerkt met de methode Pluspunt.


Wereldoriënterende vakken
De wereldoriënterende vakken komen in de groepen 1 t/m 4 geïntegreerd aan de orde. Vanaf groep 5 worden de vakken
afzonderlijk aangeboden. Naast de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuur/techniek en verkeer is er regelmatig ook
aandacht voor de actualiteiten. Bij het geschiedenisonderwijs in groep 5 t/m 8 maken wij gebruik van de methode Er is geschied.
In deze methode komt ook de kerkgeschiedenis aan bod. Bij het aardrijkskundeonderwijs wordt gewerkt met de methode Geobas,
bij het biologieonderwijs met de methode Leefwereld en bij het verkeersonderwijs met de methode Wijzer door het verkeer.
Ook deze laatste 3 methodes worden met name gebruikt in de bovenbouw.


Expressieactiviteiten
Bij de expressievakken handvaardigheid en tekenen richten wij ons op het proces en het product. Bij de expressievakken leren de
kinderen zich creatief te ontwikkelen en te uiten. De kinderen leren o.a. waarnemen, ontdekken, verwonderen en zelf doen.
Bij het onderwijs in deze expressievakken maken wij gebruik van de methode Uit de kunst. Daarnaast krijgen in de bovenbouw
de meisjes ook handwerken aangeboden. De leerlingen van de CNS krijgen iedere week les in muzikale vorming.


Sociale – emotionele ontwikkeling en burgerschap
Sociale vaardigheid en burgerschap is, naast dat het geïntegreerd is in verschillende schoolvakken en de praktijk van alledag,
een vak waar wekelijks expliciet aandacht aan wordt besteedt. We maken hierbij gebruik van de methode Kinderen en hun
sociale talenten voor sociale vaardigheiden en de methode Kijk in mijn wijk voor burgerschap.


Bewegingsonderwijs
Bij het bewegingsonderwijs maken wij in groep 3 t/m 8 gebruik van de Basisles-sen Bewegingsonderwijs. Het bewegingsonderwijs
wordt gegeven door eigen leerkrachten die hiervoor bevoegd zijn. Op school wordt met name door de lagere groepen gebruik
gemaakt van het eigen speellokaal. Vanaf groep 3 worden de bewegingslessen gegeven in de nabijgelegen sporthal van
De Nije Warf. Groep 3 t/m 5 krijgt daarnaast ook zwemles in zwembad De Frosk in Zwaagwesteinde.


Huiswerk
In de onderbouw komt huiswerk slechts incidenteel voor. Alleen een psalmversje wordt tweewekelijks of wekelijks overhoord.
Vanaf groep 5 komt daar het leren van Bijbelse feitenkennis bij door middel van de methode Namen en Feiten en eventueel
het leren van de nieuwe woorden voor het dictee. De leerlingen van groep 6 t/m 8 krijgen iedere week een overhoring topografie
en regelmatig een toets van geschiedenis of aardrijkskunde. In groep 7 en 8 leren de leerlingen in plaats van een psalmversje
een vraag en antwoord uit de Heidelbergse Catechismus en komt ook Engels als huiswerk erbij. Huiswerk kan ook bestaan uit het
opzoeken van informatie, het maken van een werkstuk, het voorbereiden van een spreekbeurt of het uitvoeren van een opdracht.


De vakken die in bovenstaand gedeelte genoemd zijn, zijn niet de enige vakken waar overhoringen of toetsen van worden
afgenomen. Maar niet voor elke overhoring of toets hoeft thuis te worden geleerd. Het huiswerk op de CNS wordt per leerjaar
voorzichtig opgevoerd. De overgang van de hoogste groepen naar het voortgezet onderwijs moet ook op het gebied van huiswerk
vloeiend verlopen.


Een repetitie wordt minimaal een week van tevoren opgegeven. Het is dan ook verstandig om vroeg te beginnen met leren.
Alles leren op de laatste avond voor de repetitie is voor de meeste leerlingen erg moeilijk en geeft maar een kortdurend resultaat.
Door veel te herhalen wordt de stof beter eigen gemaakt.


Het leren van Engelse woordjes of het oefenen van een psalm is duidelijk verschillend met het leren van een tekst.
Bij het leren van een tekst zijn de volgende studietechnieken belangrijk: Het onderstrepen van belangrijke onderdelen in een zin
(niet in leerboeken!). Het opschrijven van de belangrijkste woorden van een alinea. Soms staan deze belangrijke woorden al
schuin gedrukt. Het maken van een samenvatting van de hele tekst. Of het zelf bedenken van vragen en antwoorden bij de tekst.


Voor de leerlingen en voor hun resultaten is belangstelling van ouders erg belangrijk. Vraagt u daarom ook naar het huiswerk,
naar de datum waarop het klaar moet zijn en hoe uw zoon of dochter het aan gaat pakken. Stimuleer uw kind om aan zijn
huiswerk te beginnen. Wanneer uw kind dit moeilijk vindt, kunt u een vaste tijd afspreken waarop uw kind zijn huiswerk leert
of maakt. Ook een vaste werkplek kan helpen. U kunt uw kind helpen door hem te overhoren en te vragen wat hij op school
geleerd heeft over dit onderwerp en over de manier van leren. Stimuleer uw kind zelf antwoorden en oplossingen te vinden in
plaats van ze zelf te geven. En vergeet niet uw kind te prijzen voor wat hij goed gedaan en geleerd heeft. Mocht het niet goed
gaan met het huiswerk leren of maken, gaat u dan in gesprek met de leerkracht van uw kind om te komen tot een oplossing.


Schoolactiviteiten
Vieringen en diensten
Ieder schooljaar van de CNS wordt geopend en afgesloten met een dienst waarin de meditatie verzorgd wordt door één van de
predikanten van de bij de school betrokken reformatorische kerken. Ouders, familieleden en andere belangstellenden zijn hier
van harte welkom.


Dat laatste geldt ook voor het Kerstfeest wat gezamenlijk wordt gevierd. In deze viering staat de geboorte van de Heere Jezus
centraal. Een leerkracht vertelt een Bijbelvertelling en iedere klas levert een bijdrage op het gebied van zang en/of declamatie.


De Paasviering wordt in besloten kring gehouden met alleen de leerlingen, leer-krachten en het bestuur van de CNS.
De invulling van deze viering is van dezelfde aard als het Kerstfeest, maar ditmaal staan de heilsfeiten van Goede Vrijdag,
Pasen, Hemelvaart en Pinksteren centraal.


Feesten
Eind april, voor Koninginnedag, is Oranjemorgen een jaarlijks terugkerend festijn. Groep 1 t/m 6 doet spelletjes op het
schoolplein, terwijl groep 7 en 8 een puzzeltocht fietsen door de dorpen. Vaste onderdelen zijn de ballontrapwedstrijd,
het oplaten van ballonnen, de prijsuitreiking en de aubade.


Eenmaal per jaar organiseert de CNS een vrijwilligersavond. In een gezellige am-biance is er plaats voor ontmoeting en
ontvangt iedere vrijwilliger een blijk van waardering.


In de laatste week voor de zomervakantie nemen de leerlingen van groep 8 afscheid van de CNS. Met ouders en leerkrachten
wordt hun basisschoolperiode afgesloten met een afscheidsavond waarin zij hun getuigschrift mogen ontvangen.
Er is deze avond ook ruimte voor bijdragen van leerlingen en leerkrachten. De avond in geheel is passend bij het
reformatorisch karakter van de school.


Evenementen
De schoolfotograaf wordt ieder even beginnend schooljaar uitgenodigd om portret- en groepsfoto's te maken.
Ouders worden hiervan van tevoren op de hoogte gesteld. Ieder oneven beginnend schooljaar komt de schoolfotograaf om
alleen een afscheidsfoto van de leerlingen van groep 8 met alle leerkrachten te maken.


In hetzelfde jaar dat de schoolfotograaf komt organiseert de school ook een schoolbrede projectweek. Alle groepen werken
dan over een overkoepelend thema. De projectweek wordt afgesloten met een kijkavond voor ouders en andere
belangstellenden.


De CNS doet mee aan het project De gezonde school en genotmiddelen. Dit is een preventieprogramma over alcohol,
drugs en roken, wat aangeboden wordt aan de leerlingen van groep 7 en 8. Het doel van het project is te voorkomen dat de
leerlingen tabak en drugs gaan gebruiken en het moment dat ze voor het eerst alcohol gaan gebruiken uit te stellen.
Het ene schooljaar ligt de nadruk van het project op alcohol en drugs en het andere schooljaar op roken.


De school doet ook een beroep op ouders om zelf het goede voorbeeld te geven en duidelijk grenzen aan te geven.
Waar de gevaren van roken en het gebruik van drugs ondertussen breed bekend zijn, wordt het gevaar van alcohol nog vaak
onderschat. Uit onderzoek is gebleken dat hoe eerder kinderen beginnen met drinken, des te groter de kans op
hersenbeschadiging en op verslaving op latere leeftijd. Toestaan dat kinderen alcohol proeven of af en toe alcohol drinken
verlaagt de drempel om te gaan drinken. Elke eerste slok, hoe klein dan ook, is er een te veel. Ongeveer anderhalf jaar na
het eerste glas alcohol is een kind voor de eerste keer dronken. Uit onderzoek is gebleken dat verbieden leidt tot minder
drankgebruik bij uw kind. Meer informatie over het voorkomen van schade en verslaving op het gebied van alcohol, drugs en
roken kunt u o.a. vinden op de websites www.drugsinfo.nl en www.alcoholinfo.nl.


In ieder oneven beginnend schooljaar gaan alle groepen van de CNS op schoolreis. Bij de keuze van de bestemmingen
wordt een combinatie gemaakt van educatie en ontspanning.


Bovenstaande beschreven evenementen zijn vaste onderdelen in het programma van de CNS, maar de school staat
ook open voor evenementen die in de loop van het jaar bedacht of aangeboden worden. Zo loopt de CNS al jaren mee met
de Avond4daagse en zijn we van de partij bij de sportdagen voor alle basisscholen uit Dantumadeel. Bij elk nieuw evenement
wordt een afweging gemaakt of het passend is bij de school en de omstandigheden van dat moment.


In het kader van het verkeersveiligheidsbeleid van de CNS organiseert de school verkeersprojecten en praktische
verkeersproeven. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.


Verkeersveilige school
Kinderen vormen een kwetsbare groep in het verkeer en moeten leren veilig aan het verkeer deel te nemen.
Om verkeerseducatie op scholen te stimuleren en een hoge kwaliteit te waarborgen, is er een keurmerk in het leven geroepen.
Het Verkeersveiligheidlabel met het beeldmerk Seef de Zebra toont aan dat een school zich inzet voor verkeerseducatie en
verkeersveiligheid rond de school. De CNS is in het bezit van dit label en zodoende ook van het predikaat
'Verkeersveilige School'. In juli 2011 heeft de laatste herijking plaats gevonden. Het label is vanaf deze datum geldig
voor 2 jaar en moet daarna opnieuw uitgereikt worden.


Om een verkeersveilige school te zijn en gecertificeerd met het Verkeersveilig-heidslabel moet de CNS voldoen aan eisen.
Zo moet de school een verkeerseducatieplan (VEP) hebben. Dat betekent dat er beleid gemaakt wordt op het gebied van
verkeerseducatie en –veiligheid. Voor het opstellen van dit plan wordt er gekeken naar zes punten:
1 de mate waarin de school beleidsmatig met verkeerseducatie en verkeersveiligheid bezig is,
2 de inhoud van de verkeerslessen, 3 wat de school doet aan verkeersprojecten en 4 praktische verkeersproeven,
5 wat de inspanningen van de school zijn om de schoolomgeving en de school-huis-routes veiliger te maken en
6 wat de betrokkenheid is van ouders bij verkeerseducatie.


Het VEP wordt opgesteld door een werkgroep Verkeer. In het VEP staat beschreven wat de kwaliteit van de CNS is op de
zes punten en wat de doelen zijn voor de komende beleidsperiode. Deze doelen motiveert de werkgroep tot de organisatie
van activiteiten. In hst. 8 van deze schoolgids staat de planning van de verkeersactiviteiten vermeld. In de loop van het
schooljaar kunnen er nog activiteiten aan toegevoegd worden.


In de werkgroep Verkeer functioneren 2 ouders, 1 vertegenwoordiger van het team en de directeur. Doordat zowel ouders als
teamleden zitting hebben in de werkgroep wordt de betrokkenheid van ouders bij het beleid gewaarborgd.
De werkgroep Verkeer is nadrukkelijk een stuurgroep, die primair belast is met de organisatie van het beleid.
Het is niet de opzet, dat de leden van de werkgroep alle activiteiten ook zelf uitvoeren. De werkgroep Verkeer schakelt ouders
in, delegeert en coördineert de activiteiten. Het is belangrijk dat de werkgroep een breed draagvlak weet te verkrijgen voor
het beleid. De werkgroep zorgt voor de ontwikkeling en evaluatie van draaiboeken voor de afzonderlijke activiteiten, draagt
zorg voor de verdere ontwikkeling van het beleid en onderhoudt contac-ten met instanties buiten de school.


Om het Verkeersveiligheidslabel te mogen behouden, verplicht de school zich om op de zes deelgebieden activiteiten te
ontwikkelen. Ook al wordt verkeers-veiligheidsbeleid niet door de Inspectie van Onderwijs als onderdeel van de kwaliteitszorg
getoetst, beschouwt de CNS dit toch als zodanig.


Acties
Iedere eerste schooldag van de week mogen de leerlingen een vrijwillige bijdrage meenemen voor de zending.
Met elkaar bieden we zo financiële ondersteuning aan 2 kinderen uit Burkina Faso via Woord en Daad.
Door deze ondersteuning krijgen Martial en Esther christelijk onderwijs, goed voedsel, kleding en wanneer nodig medische zorg.
De zendingscommissie van de CNS, bestaande uit 2 ouders en 1 personeelslid, draagt er zorg voor dat het geld wat de
leerlingen meebrengen op de juiste plaats terecht komt.


De CNS doet mee aan de Stibat Batterij-inzamelactie en de Wecycle Scholenactie. Beide acties steken in op bewustwording
van goed omgaan met het milieu. Voor de eerste actie leveren leerlingen lege batterijen in zodat ze hergebruikt kunnen
worden. Bij de Wecycle actie geldt dit voor kleine elektrische apparaten en (tuin)gereedschappen die in een
boodschappentas passen en niet gevaarlijk zijn. Bij de Stibat en de Wecycle acties spaart de school punten die inwisselbaar
zijn voor sport- en spelmateriaal. Voor nieuw pleinspeelmateriaal mogen lege flessen of de geldbonnen van al bij de
supermarkt ingeleverde flessen ingeleverd worden op school. Ook kunnen de leerlingen op school postzegels inleveren
voor de zending.


Elke maand kan het oud papier ingeleverd worden in een container die staat op het erf van de
familie De Vries (Kolkensloane 12, Driezum). De exacte data wor-den in de nieuwsbrief bekend gemaakt. De opbrengst komt
ten goede aan de school.


Ieder najaar organiseert de CNS voor alle klassen een actie waarbij een bijdrage van de leerlingen wordt gevraagd.
De opbrengst is wisselend voor de school, het speelplein of een goede doelenorganisatie. In het voorjaar is er voor groep 7/8
een actie met daaraan gekoppeld lessen over het goede doel. Beurtelings is de opbrengst voor Woord en Daad en
Stichting Voorkom.


Door de loop van het schooljaar kan het voorkomen dat er nog andere grote of kleine acties worden gehouden voor
verschillende doeleinden. Dit kunnen acties voor langere of kortere periodes zijn. Ouders en leerlingen worden hiervan op de
hoogte gesteld door middel van de nieuwsbrieven.


Excursies
Iedere groep gaat minimaal 2 keer per jaar op excursie met een educatief doel.

Diploma's
Iedere leerling wordt in de bovenbouw in de gelegenheid gesteld 2 diploma's te halen. Ieder oneven beginnend schooljaar
wordt het theoretisch en praktisch verkeersexamen afgenomen. Dit laatste gebeurt door de politie met behulp van vrijwilligers
in Dokkum. Bij het goed gevolg maken en afleggen van beide examens wordt aan de individuele leerling het Verkeersdiploma
uitgereikt.

Ieder even beginnend schooljaar wordt de cursus Jeugd EHBO- A aangeboden door een gediplomeerde leerkracht.
Het theoretisch examen wordt door deze leerkracht afgenomen. Het praktisch examen wordt afgenomen door een examinator
die verbonden is aan de EHBO Vereniging Dantumadeel. Wanneer een leerling beide examens met goed gevolg aflegt,
ontvangt hij ook hiervoor een diploma.


Bibliotheek
Vanaf de herfstvakantie kunnen de iedere week 3 boeken lenen uit de uitgebrei-de schoolbibliotheek.
De boeken uit de schoolbibliotheek zijn verdeeld in verschillende niveaus. De boeken passen binnen de signatuur
van de school. Het gaat dan om boeken met een positief Bijbelse inhoud en boeken die geen afbreuk doen aan het
reformatorische gedachtegoed. Dit betekent dat boeken die niet bij de identiteit passen worden geweerd.
In de onze schoolbibliotheek bevinden zich geen...

  • boeken met (bastaard)vloeken en ruw taalgebruik
  • boeken waarin popmuziek e.d. een positieve plaats inneemt
  • boeken waarin wereldse gebruiken en sfeer normaal gevonden wordt
  • boeken met respectloos gedrag tegenover overheden, ouders, leerkrachten, e.d.
  • boeken waarin de nadruk wordt gelegd op een onchristelijke lichaamscul-tus
  • boeken waarin de verhalen uit de bijbel als allegorie worden beschreven
  • boeken waarin op zich neutrale onderwerpen worden uitvergroot tot buiten proportionele verhoudingen, zoals van het spel voetbal naar sportverdwazing.
  • boeken waarin niet duidelijk stelling wordt genomen tegen het kwaad
  • boeken met tekeningen die storend, schokkend of provocerend kunnen zijn
  • boeken met godsdienstige opvattingen die niet overeenkomen met de bijbel en de drie formulieren van enigheid en alle boeken die hierover twijfel oproepen
  • boeken die qua problematiek en/of beschrijvingen niet passen bij de leef-tijdsgroep
  • boeken waarin uitgegaan wordt van de evolutietheorie, met uitzondering van informatieboeken.
    Wanneer deze mogelijk niet passen binnen de signatuur van de school is dit voorin het boek aangegeven.

Met eigendommen van de bibliotheek dient zorgvuldig te worden omgegaan. Zo moeten boeken in een deugdelijke tas
worden meegenomen. Wanneer een boek beschadigd is, worden de kosten verhaald op de ouders van de leerling.


Leerlingvolgsysteem
Om de ontwikkeling en de leervorderingen van uw kind te volgen wordt op school gebruik gemaakt van een observatie-
en toetssysteem. In de groepen 1 en 2 worden de leerlingen geobserveerd aan de hand van observatielijsten.
De verzamelde gegevens geven een beeld van de ontwikkeling van uw kind en geven de leerkracht zicht op de
aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling. Naast deze observaties worden er Cito-toetsen afgenomen.
In de groepen 3 t/m 8 wordt dit leerlingvolgsysteem uitgebreid om de vorderingen voor rekenen, spelling en technisch
en begrijpend lezen vast te leggen. We houden u van deze resultaten op de hoogte via een bijlage bij het 3e rapport.
Behalve de verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling volgen wij ook de sociaal-emotionele ontwikkeling door middel
van het digitale leerlingvolgsysteem Zien!. Zien! observeert de items betrokkenheid, welbevinden, sociaal initiatief,
sociale flexibiliteit, sociale autonomie, impulsbeheersing en inlevingsvermogen. Zien! ondersteunt de leerkrachten in het
hele proces van signaleren tot en met handelen.


Van elk kind worden de gegevens ingevoerd in ParnasSys, een webbased leerlingvolgsysteem en leerlingadministratie
in één. Hierin houden wij ook individuele dossiers bij.


De zorgcoördinator heeft enkele malen per jaar een bespreking met de leerkrachten over de vorderingen van het kind.
Deze besprekingen zijn vooral gericht op de extra zorg die nodig is. Daarnaast worden leerlingen regelmatig besproken
in de teamvergadering of zorgbesprekingen. Naast de voortgang t.a.v. het leren komt ook het welbevinden van de
leerlingen aan de orde.


Zorg
Indien uit observatie of leerlingvolgsysteemgegevens blijkt dat een leerling op een bepaald gebied extra hulp nodig
heeft, stelt de groepsleerkracht een hulpplan op. De zorgcoördinator is van dit hulpplan op de hoogte. Op de CNS
wordt extra hulp binnen en buiten de groep geboden. Wanneer de hulp buiten de groep gegeven wordt,
wordt er qua planning voor gezorgd dat een leerling geen instructiemomenten of andere, voor de leerling belangrijke
momenten, binnen de groep mist. Wanneer uw kind volgens een hulpplan extra hulp krijgt, ontvangt u hiervan voor
aanvang een afschrift met de vraag om dit ondertekend retour te zenden als teken van uw toestemming. Na afloop
ontvangt u het hulpplan nogmaals, nu met daarbij de verslaglegging en de conclusie. Wanneer dit nodig is, kan de
schoolbegeleidingsdienst gevraagd worden voor advies omtrent een bepaalde problematiek rond een leerling.
Wanneer, met uw toestemming, uw kind besproken wordt met een externe deskundige, wordt het verslag daarvan
u toegezonden.


De extra hulp in een schooljaar wordt verdeeld in vier rt-perioden van 8 weken. Na elke rt-periode vindt evaluatie
plaats en worden er eventueel nieuwe hulpplannen opgezet. Deze evaluatieperiode tussen de rt-perioden duurt
2 weken.


Indien de geboden hulp voor een leerling niet toereikend is, kan externe hulp gezocht worden via de
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School waarbij
onze school aangesloten is. De hulp wordt alleen gevraagd nadat de ouders daar toestemming voor gegeven
hebben.


Als de verschillende vormen van hulp, zoals interne remedial teaching en ambulante begeleiding, geen positief
resultaat hebben en de problematieken rondom een leerling van dermate ernstige aard zijn, kan een
leerlinggebonden financiering (lgf) worden aangevraagd. De lgf wordt ook wel 'een rugzak' genoemd, omdat
het kind als het ware een rugzakje met extra geld met zich meebrengt. Door dit geld kan het kind op de CNS
blijven en kan de school extra uren personeel, ambulante begeleiding en/of extra materiaal, leer- en hulpmiddelen
betalen. Dit alles gebeurt in overleg met de ouders. Samen wordt een handelingsplan opgesteld met daarin het
doel en de wijze waarop het onderwijs voor de leerling wordt aangepast en dus de manier waarop de middelen
uit het rugzakje worden ingezet. Een lgf wordt alleen verstrekt wanneer een kind een indicatie heeft.
Een indicatie moet in principe door de ouders worden aangevraagd bij een commissie voor indicatiestelling (CvI).
In uitzonderlijke gevallen kan een school een indicatie aanvragen.


Met de indicatie kunnen ouders ook kiezen voor een speciale school van het type dat in de indicatiebeschikking
wordt genoemd. Ook dan hebben de ouders inspraak in het onderwijs aan hun kind omdat in overleg met hen
het handelings-plan voor hun kind wordt opgesteld. De beide reformatorische speciale scholen voor basisonderwijs
van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool (een school voor speciaal basisonderwijs;
LOM en MLK) en de Obadjaschool (een school voor kinderen met een verstandelijke handicap).
Daarnaast heeft de school contacten met de protestants-christelijke speciale school voor basisonderwijs
De Twine in Dokkum.


Het is mogelijk dat een leerling die acht jaar onderwijs op de basisschool gehad heeft, vanuit groep 7 het onderwijs
vervolgt op het Leerwegondersteunend onderwijs (L.W.O.O.). Ook kan het gebeuren dat de vorderingen van uw kind
dermate verlopen ten opzichte van leeftijdgenoten, dat uw kind de basisschool in zeven jaar doorloopt.
Dit verkorten van de basisschoolperiode wordt slechts toegepast na overleg met een extern deskundige.


Wanneer u als ouder meent dat er voor uw kind bovenschoolse hulp noodzakelijk is of indien u nadrukkelijk wenst
dat uw kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, kunt u dat aangeven bij de school.
Als de school uw mening niet deelt, kunt u zich ook zelfstandig wenden tot de PCL. Uiteraard kan dit pas nadat u
voldoende geprobeerd hebt met de school tot overeenstemming te komen over de te volgen koers voor uw kind.
Vraagt u bij de zorgcoördinator de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon van het PCL.


Resultaten onderwijs
De leerresultaten worden voortdurend gemeten via methodegebonden toetsen en de niet-methodegebonden toetsen
van het leerlingvolgsysteem. Daarnaast neemt de school deel aan de Cito Entreetoetsen van groep 6 en 7 om
zodoende de hiaten in de kennis van kinderen op te sporen en een nog gerichter leerstofaanbod te geven die,
indien mogelijk, deze hiaten dicht. In groep 8 vindt de Cito Eindtoets plaats.


De resultaten van de Cito Eindtoets lagen dit jaar onder het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde lag
in 2011 op 535.1, terwijl wij gemiddeld op een score van 533.6 uitkwamen. De verwachting
(op grond van de CITO Entreetoets groep 7) is dat het komende jaar de Cito Eindtoets voor de school beter zal
uitvallen. In het toetskader van de Inspectie dient een school in een periode van 3 jaar tenminste 1 keer boven het
landelijk gemiddelde te scoren.


Naar het VO
Begeleiding
De overgang van de basisschool naar een school voor voortgezet onderwijs is een belangrijke stap in de
schoolloopbaan van leerlingen. En niet alleen voor leerlingen, maar ook voor hun ouders verandert er heel wat.
De CNS wil ouders en leerlingen een goede begeleiding bieden in dit proces en vindt samenwerking tussen ouders
en school van groot belang. Ouders en leerkrachten hebben elkaar nodig. De leerkrachten kennen de leerling vanuit
de schoolsituatie en de ouders kennen hun kind vanuit thuis en buitenschoolse situaties.


Op de CNS worden in groep 6 en 7 de Entreetoetsen van Cito afgenomen. De bedoeling van deze toetsen is om
te kijken op welk niveau de leerling presteert en of er nog hiaten zijn. De onderdelen zijn taal, lezen,
rekenen/wiskunde en studievaardigheden. De toets wordt over vier tot zes dagdelen afgenomen.
Aan de hand van de resultaten kan de school bepalen of en waaraan er in groep 7 en 8 nog extra aandacht
moet worden besteed. De ouders ontvangen met het derde rapport de uitslag van deze toets.


Ieder schooljaar wordt in het najaar een informatieavond gehouden over het voortgezet onderwijs.
De ouders van de leerlingen van groep 7 en 8 ontvangen hiervoor een uitnodiging. Het eerste deel van de avond
wordt gevuld door een leerkracht die uitleg geeft over de verschillende soorten voortgezet onderwijs,
de 5 scholen waar de leerlingen van de CNS doorgaans naar toe gaan, de Cito Eindtoets en de route van
begeleiding en overige praktische informatie. Het laatste deel van de avond wordt specifiek aandacht besteed
aan één van de 5 scholen van voortgezet onderwijs. Dit deel wordt verzorgd door een docent van deze school.


In de loop van het schooljaar ontvangen de leerlingen van groep 8 diverse informatiefolders over de Cito Eindtoets
en over het voortgezet onderwijs. Eveneens worden de data van de informatieavonden en open dagen van het
voortgezet onderwijs bekend gemaakt.


In februari wordt in groep 8 de Cito Eindtoets afgenomen. Met deze toets worden de leervorderingen van de
leerlingen getest. Deze leervorderingen geven aan hoe de kansen van een kind zijn in de verschillende typen van
het voortgezet onderwijs.


Voordat de uitslag van de Cito Eindtoets bekend is, komt de leerkracht van groep 8 bij de ouders en de leerling op
advies gesprek. Met elkaar wordt gekeken welk type onderwijs het meest geschikt is en voor welke school de ouders
en leerling de voorkeur hebben. In het adviesgesprek nemen de rapporten van de leerling van groep 7 en 8,
het leerlingvolgsysteem van school door de jaren heen, de uitslag van de Entreetoets van groep 7, de voorspelling
van Cito over de verwachte score en zeker ook de kindkenmerken zoals zelfstandigheid, motivatie en
doorzettingsvermogen een belangrijke plaats in. De keuze die tijdens of na dit bezoek gemaakt wordt,
dient bevestigd te worden door de uitslag van de Cito Eindtoets.


Na de uitslag van de Cito Eindtoets neemt de leerkracht van groep 8 contact op met de ouders over de verdere gang
van zaken. De aanmeldingsformulieren worden door school en ouders ingevuld. Het voortgezet onderwijs neemt
hierna contact op met school en ouders voor bevestiging en eventueel gesprekken. Leerlingen worden uitgenodigd
voor kennismakingsdagen op hun toekomstige school.

Wanneer de leerlingen het volgende schooljaar in de brugklas zitten, worden zij uitgenodigd een enquête in te vullen
waarin hen o.a. gevraagd wordt naar hun ervaring betreffende de begeleiding en het advies.


Resultaten uitstroom
In 2010/2011 zaten er 13 leerlingen in groep 8. Bij het doorstromen naar het voortgezet onderwijs hadden zij de
keus uit de volgende types onderwijs: Praktijkonderwijs (Pro), VMBO basisberoepsgerichte leerweg,
VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, VMBO gemengd / theoretische leerweg, HAVO/VWO (of VMBO gt sprint)
of VWO eventueel tweetalig onderwijs.


In het onderstaande overzicht staat de uitstroom van de afgelopen jaren weergegeven.
                   vwo  havo/vwo  havo  havo/v-t  vmbo  vmbo-t  vmbo lager  overig  Totaal
2008 / 2009     1          5                                1         3          1                        11
2009 / 2010                 2         2                     2         1          1              1          9
2010 / 2011                 2         6         1                     4                                    13
Totaal             1          9         8         1           3        8           2              1        33

Sociale veiligheid
Sociale veiligheid is de term voor iets wat heel gewoon hoort te zijn: Veilig zijn en je veilig voelen. De CNS vindt het
heel belangrijk dat personeel, kinderen en ouders op school sociaal veilig zijn en dit ook zo ervaren. Om dit welzijn
inzichtelijk te maken wordt er elk jaar een leerlingenenquête en een personeelsenquête uitgezet en om de
twee jaar een ouderenquête. Ook kijken de leerkrachten twee keer per jaar door de bril van leerlingvolgsysteem Zien!
naar de leerlingen uit hun klas. Dit is een leerlingvolgsysteem voor sociaal-emotionele ontwikkeling. Niet alleen in
de klassen zijn de leerkrachten alert. Ook binnen het schoolgebouw en op het plein wordt toezicht gehouden.
Bovendien is er regelmatig contact met de ouders van leerlingen, via ouderbezoeken, contactavonden en andere
contacten. De school voert wanneer de situatie of de cyclus daarom vraagt gesprekken met leerlingen, met ouders
en met medewerkers over agressie, geweld, seksuele intimidatie, welbevinden en andere zaken rond sociale veiligheid.


Het schoolveiligheidsplan van de CNS is vooral gericht op preventie om te voorkomen dat volwassenen of kinderen
geestelijke, lichamelijke of financiële schade veroorzaken bij een andere persoon of organisatie.
Om incidenten te voorkomen werken de leerkrachten met de kwaliteitskaarten Pedagogisch klimaat en Schoolklimaat.
In groepen staan elke week 1 van de 12 algemene schoolregels centraal. Deze 12 'regels van de week' zijn
gevisualiseerd door middel van posters en worden gedurende het schooljaar cyclisch aan de orde gesteld.
Ook wordt elke week een les sociale vaardigheid gegeven met behulp van de methode Kinderen en hun sociale
talenten. In de godsdienstlessen komt de relatie tot God, de medemens en de schepping nadrukkelijk aan de orde.
In iedere klas is het pestprotocol bekend. In het pestprotocol staan de uitgangspunten, aanpak en regels omtrent
pesten vermeld. Duidelijk is dat pesten nooit wordt geaccepteerd en dat degene die een leerkracht inschakelt om
een pestprobleem bekend te maken, zeker goed doet. Dit is absoluut geen klikken.


Wanneer er opvallende uitkomsten naar voren komen in het leerlingvolgsysteem, wanneer de leerkrachten zelf
verontrustende zaken met betrekking tot de sociale veiligheid opmerken of wanneer in de contacten met betrokkenen
zorgen naar voren komen, wil de CNS adequaat reageren. De aanpak van een probleem wordt afgestemd op de situatie.
Een incident binnen de sociale veiligheid wordt besproken in de teamvergadering en geregistreerd in de
incidentenregistratie van de school. De incidentenregistratie is een nauwkeurig registratie en administratie van de
incidenten op school met als doel te sturen, evalueren en zaken bij te stellen of te veranderen.
In het registratiesysteem van de CNS zijn gegevens van een intern meldingsformulier en de gegevens van het externe
ongevallenmeldingsformulier arbeidsinspectie verwerkt. De schoolleider maakt minstens een maal per jaar een overzicht.
Per twee jaar wordt onder het personeel het aantal incidenten geïnventariseerd, de bekendheid en handhaving van het
beleid onderzocht, en worden onveilige plekken/situaties aangegeven. Sociale veiligheid is ook een belangrijk onderwerp
op de mr- en de bestuursvergaderingen. Sociale veiligheid wordt ook aan de orde gesteld in het Plan van Aanpak
van de CNS, de Risico-inventarisatie en de Evaluatie van de Arbo.


Om de twee jaar wordt het schoolveiligheidsplan van de CNS geëvalueerd. Een ieder die verbetervoorstellen heeft met
betrekking tot sociale veiligheid, kan deze indienen bij de directie.


Zienswijze actief burgerschap en sociale integratie
Als school hebben wij als taak de leerlingen voor te bereiden op een plaats in de maatschappij. Werken aan sociale
integratie en burgerschap is voor ons daarom een belangrijk thema. Door de toenemende globalisering zijn de leerlingen
niet alleen burgers van Nederland, maar worden het steeds meer wereldburgers. Wij bereiden de kinderen hier op voor
overeenkomstig onze identiteit, dat wil zeggen vanuit bijbelse kaders. Gods Woord is voor ons in alle zaken leidend,
zeker ook als het gaat om sociale integratie en burgerschap.


Om de essentie van burgerschap en sociale integratie duidelijk naar voren te brengen, gaan wij uit van drie
kernbegrippen:

• Democratie
• Participatie
• Identiteit

Democratie
Democratie is niet alleen een politiek systeem om tot een evenwichtige machtsverdeling te komen, maar ook een
fundamentele houding met daaruit voortvloeiende gedragingen van een persoon. Het functioneren van een democratie
hangt in sterke mate samen met het democratische gedrag van de burgers die er deel van uitmaken. In het onderwijs is
het aanleren van een democratische houding een belangrijk aspect. Het ontwikkelen van die houding wordt bereikt door
continuïteit, herhaling en impliciete en expliciete beïnvloeding. Het opdoen van ervaringen is daarbij uitermate belangrijk.
Die ervaringen kunnen zowel binnen als buiten de school plaatsvinden. In een democratie is het belangrijk dat burgers
zich betrokken voelen bij de samenleving (op welk niveau dan ook) maar zich ook in kunnen leven in de positie van een
ander. Daarvoor moeten mensen ook over een aantal vaardigheden beschikken die voor een belangrijk deel
sociaalcommunicatief zijn. Democratie gaat ook over keuzes maken. Deze vaardigheid vereist kennis, een kritische
onderzoekende houding, het beoordelen van informatie, inzicht in consequenties van keuzen en besef van eigen
opvattingen.


Participatie
Meedoen aan een samenleving kan zich op verschillende niveaus afspelen; klas, school, vereniging, buurt, regio etc.
Het kan zich ook richten op verschillende aspecten; economisch, sociaal-cultureel en politiek. Voor de meeste kinderen
geldt dat zij graag mee willen doen, meedoen in sociale verbanden, meedenken over oplossingen en meebeslissen
over zaken die hen aangaan. Om te kunnen participeren moet men inzicht en vertrouwen hebben in eigen kunnen.
Het heeft alles te maken met betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Daarbij moet men een voldoende positief
zelfbeeld hebben om intenties om te kunnen zetten in gedrag.


Identiteit
Zoals in de inleiding reeds beschreven is, is Gods Woord het fundament van onze identiteit. Voor ons is dit leidend
als het gaat om dingen die voor ons 'normaal' zijn of voor zaken die voor ons 'waarde' hebben (normen en waarden).
God heeft ons zelf in Zijn Tien Geboden geleerd hoe wij hebben te leven. Een samenvatting daarvan is:
'God lief hebben boven alles en onze naaste als ons zelf (Matth. 22: 37-39). Vanuit onszelf is geen mens bekwaam
om deze geboden te houden (Romeinen 3: 9-20). Het grote wonder is dat God Zelf zijn eigen Zoon, Jezus Christus,
naar de aarde heeft gezonden. Hij heeft de Wet volbracht. Wie door genade en waarachtige wedergeboorte mag
delen in Zijn volbrachte werk zal een ernstig voornemen hebben om naar al de geboden van God te leven (HC vraag 114).
Een leven tot Gods eer. Deze identiteit dragen wij aan de kinderen over naar Deuteronomium 6:7: 'En gij zult ze uw
kinderen inscherpen'. Van groot belang vinden wij daarbij de vorming van de kinderen. Ze moeten leren om hun
identiteit uit te dragen in deze multireligieuze wereld. De waarde van de eigen identiteit moet ingeworteld zijn,
zodat kinderen weten waar ze staan en van daaruit naar buiten kunnen treden.


Toezicht
Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Leerlingen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat het onderwijs
op een school goed is. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en moet zich
verantwoorden over de resultaten. Hierbij gaat het om resultaten in brede zin: Krijgen alle leerlingen onderwijs van
voldoende kwaliteit, voldoen scholen aan wet- en regelgeving en hebben ze hun financiën op orde?
De Inspectie van het Onderwijs houdt hierop toezicht. Daarnaast rapporteert ze gevraagd en ongevraagd over
ontwikkelingen binnen het onderwijs, met als doel het onderwijs als geheel te verbeteren.


Wat goed onderwijs is, bepaalt de Inspectie niet zelf. Zij gaat uit van de wet en van breed gedeelde opvattingen
over goed onderwijs. Wanneer kennis en opvattingen over goed onderwijs in de samenleving veranderen,
wijzigt ook het toezicht. De inspectie beoordeelt de kwaliteit van het onderwijs op basis van voorschriften in de
verschillende onderwijswetten en aan de hand van andere aspecten van kwaliteit, zoals het didactisch handelen
van leraren, het schoolklimaat en leerresultaten. In het toezicht zijn de leerresultaten van een school leidend.
Dat zijn de prestaties van alle leerlingen bij elkaar.


Het toezicht van de Inspectie is risicogericht. Dat wil zeggen: scholen met risico's, zoals minder goede leerresultaten,
krijgen meer toezicht. Een belangrijk uitgangspunt is voorkomen dat het onderwijs op een school verslechtert.
Daarom controleert de Inspectie ieder jaar van elke school of er sprake is van risico's.


15 juni 2010 bezocht de Inspectie van het Onderwijs de CNS. Naar aanleiding van dit bezoek is er een
rapportage opgesteld. De samenvatting van deze rapportage is:


- De inspectie kent de CNS het basisarrangement toe. Dit houdt in dat de school weer het vertrouwen van de inspectie heeft.
- De opbrengsten van de leerlingen zijn voldoende.
- Het onderwijs voldoet aan de basiseisen voor kwaliteit.
- Door de aanstelling van een directeur is de aansturing in principe gewaarborgd.
- In de tweede helft van 2011 zal er een nieuw onderzoek plaatsvinden.
- Bij dit bezoek zullen de punten Kwaliteitszorg, Sociale Veiligheid en Burgerschap centraal staan.
- Ten aanzien van de financiële situatie van de school blijft de inspectie het bevoegd gezag geïntensiveerd volgen.
- Voor 1 februari 2011 moet er een plan van aanpak liggen, waarin het bevoegd gezag duidelijkheid geeft wat betreft de continuïteit.

De rapporten van de Inspectie van het Onderwijs over de CNS zijn te vinden op de site www.onderwijsinspectie.nl .
Hst. 4 Schoolontwikkeling
  • Hst. 4 Schoolontwikkeling


De CNS is een dynamische school die zichzelf wil blijven ontwikkelen. Je hoeft immers niet ziek te zijn om beter te worden...
In dit hoofdstuk leest u welke rol het school- en jaarplan hier in spelen, wat onze visie is voor de komende periode en hoe
de professionalisering van leerkrachten wordt vormgegeven.

Schoolplan en jaarplan
Iedere school hoort een schoolplan te hebben. Een schoolplan is een document waarin de school de hoofdlijnen van haar
beleid verwoordt. In het schoolplan worden de verbeterpunten voor een periode van 4 jaar genoemd. Een schoolplan is
een richtingaanwijzer voor het team, waarin genoemd wordt waar de komende periode aan gewerkt wordt.
Voor ouders is het schoolplan ook belangrijk omdat het laat zien dat de school in beweging is en werkt aan kwalitatief
goed onderwijs.

Een jaarplan concretiseert het schoolplan voor het komende schooljaar. Er wordt beschreven welke activiteiten worden
ondernomen om de doelstellingen te realiseren. Er wordt hierbij aangegeven wie betrokken zijn bij de uitvoering, wanneer
de activiteiten plaatsvinden en wat daar eventueel voor nodig is.

In het onderstaande gedeelte vindt u de evaluatie van het afgelopen jaarplan en wordt u op de hoogte gesteld van de
doelen voor het schooljaar 2011/2012.

Evaluatie 2010/2011
Onderstaand vindt het jaarplan van het schooljaar 2010/2011. Zoals u kunt zien zijn alle onderdelen in de laatste balk
aangevinkt. Dit houdt in dat al de genoemde onderdelen zijn uitgevoerd en geborgd.

Jaarplan CNS te Wouterswoude 2010-2011
Kw. asp.

Wat

Waarom

Wanneer

Wie

Werkpl.

ü



2

Aanschaf taalfontein gr. 7

Vervanging oude methode

Augustus

Lkr. Gr. 7/8

1.

ü



2

Consultatie onderwijsadviseur taalfontein

Ondersteuning implementatie

2x deze cursus

Taalcoördinator

2.

ü



2

Rekenen kleuters

Onvoldoende

Hele jaar

Zorgcoördinator/ lkr. 1/2

3.

ü



2

Taalbeleidsplan

Borging doorgaande lijn

Hele jaar

Taalcoördinator

4.

ü



2

Opstellen visie burgerschap

Ontbreekt

Mei

Onderwijsadviseur/

directeur

5.

ü



2

Natuureducatie schooltuin

Visie van de school

Hele jaar

Directeur

6.

ü



4

Enquête veiligheid

Inventariseren veiligheid

November

Directeur

7.

ü



4

Verkeers- veiligheidslabel

Herijking

Oktober

Verkeerscommissie

8.

ü



5

Klassenbezoek

Begeleiding leerkrachten

Hele jaar

Onderwijsadviseur/

Directeur/

coco

9.

ü



6

Beschrijving niveau 4,5 van Zwols Model

Onvoldoende

Hele jaar

Zorgcoördinator

10.

ü



6

Herijking kwaliteitskaart zelfstandigwerken

Volgens cyclus

Oktober

Onderwijsadviseur

11.

ü



7

Studiemiddag Zien!

Ondersteuning leerkrachten

September

Zorgcoördinator

12.

ü



7

Herijking kwaliteitskaart zorg en begeleiding

Volgens cyclus

Januari

Onderwijsadviseur

13.

ü



7

Implementatie Cito technischlezen

Niet aanwezig

Hele jaar

Zorgcoördinator

14.

ü



8

Opstellen zorgprofiel

Passend onderwijs

November

AVS/zorgcoördina-tor/

directeur

15.

ü



8

Implementatie SMW

Extra onder-steuning leerkrachten en ouders

Hele schooljaar

Zorgcoördinator/ directeur

16.

ü



8

Consultatie ondw. Adviseur DE

Ondersteuning leerkrachten

3x deze cursus

Zorgcoördinator

17.

ü



8

Consultatie orth. pedagoog

Ondersteuning leerkrachten

4x deze cursus

Zorgcoördinator

18.

ü



9

Opstellen kwaliteitskaart kwaliteitszorg

Borging kwali-teitszorg

Voorjaar

Onderwijsadviseur

19.

ü



9

Pop’s collega’s

Structureel werken aan ontwikkeling

Hele jaar

Directeur

20.





ü



9

Coaching directeur

Startende directeur

Hele jaar

Directeur

21.







ü





9

Schoolplan ontwikkeling

Schoolplan 2011-2015

Hele jaar

Directeur

22.

ü





9

Directieoverleg onderwijsadviseur

Continuering/

borging

5x deze cursus



Onderwijsadviseur/

directeur

23.









ü







9

Werkoverleg onder-wijsadviseur/zorgcoördi-nator

Continuering/

borging

3x deze cursus

Onderwijsadviseur/

Zorgcoördinator

24.





ü


Doelen 2011/2012
In 2011/2012 hoopt de CNS te werken aan de volgende punten:

  • Analyse rekenonderwijs + eventueel aanschaf nieuwe methode.
  • Oriëntatie op een andere methode voor studievaardigheden (boven-bouw).
  • Invoering eerste fase kleuter observatiesysteem Kijk!
  • Opstellen beleid kleuteronderwijs en herfstkinderen.
  • Uitzetten leerling- en personeelsenquête.
  • Bijstellen sociaal veiligheidsplan.
  • Herijking kwaliteitskaarten Leertijd en Schoolklimaat.
  • Opstellen taakbeleid.
  • Invoering professionaliseringsplan.
  • Opstellen inwerkplan nieuwe collega's.
  • Opstellen invallijst
Visie
De visie van de CNS verwoordt waar de school in de periode 2010 t/m 2018 aan wil werken. Dit betreft de punten: Goed pedagogisch
klimaat,
onderwijs op maat, zelfstandigheid en natuur, milieu en gezondheid. Onze visie sluit aan bij onze missie en toont de
speerpunten van de voor ons liggende periode. In 2014 wordt de visie tussentijds geëvalueerd.


Goed pedagogisch klimaat
Op de CNS heerst een goed pedagogisch klimaat. Leerlingen en leerkrachten werken in een sfeer van veiligheid en zekerheid.
Er is onderling vertrouwen en wederzijds respect. De CNS kenmerkt zich door stabiliteit en rust. De christelijke waarden komen in de
omgang met elkaar naar voren. Leerkrachten hebben oog voor de leerlingen en reageren alert op hun gedrag. Leerlingen ontwikkelen
zich tot een sociaal vaardige persoon.


Onderwijs op maat
Op de CNS wordt recht gedaan aan de verschillende talenten en onderwijsbehoefte van leerlingen. Het onderwijs wordt op maat
aangeboden. Het onderwijs sluit aan bij de mogelijkheden van iedere leerling. De CNS heeft zicht op de ontwikkeling van haar
leerlingen. Wanneer passend onderwijs op de CNS niet geboden kan worden, zorgt de CNS voor een passende oplossing in
samenspraak met ouders.


Zelfstandigheid
De CNS wil bijdragen tot de vorming van iedere leerling tot een zelfstandige persoonlijkheid. Leerkrachten leren leerlingen zelf
verantwoordelijk te zijn voor hun eigen handelen en werk. Leerlingen maken zelf keuzes. Ook dragen zij medeverantwoordelijkheid
voor hun (school)omgeving. Ze zijn zich bewust van de gevolgen van hun daden.


Natuur, milieu en gezondheid
De CNS wil iedere leerling de natuur laten beleven. Leerkrachten en leerlingen ontdekken samen in verwondering de wereld om
hen heen. De CNS maakt leerlingen betrokken bij hun leefomgeving en ontwikkelt hun verbondenheid met de schepping.
Leerkrachten maken leerlingen bewust van hun eigen invloed op de natuur en van de opdracht die zij hebben om zorg te dragen
voor de schepping. Leerlingen en leerkrachten gaan respectvol om met eigen en andermans lichaam, de eigen leefomgeving en
de natuur en milieu in het algemeen. Zij erkennen God als de Schepper, Onderhouder en Regeerder van de schepping.


Professionalisering leerkrachten
Voortdurende professionalisering van haar leerkrachten staat hoog in het vaandel van de CNS.
Het is belangrijk om te blijven leren. Stilstand is achteruitgang. In dit kader werkt iedere leerkracht met een eigen
Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP). In een POP formuleert een leerkracht welke stappen hij in een bepaalde periode wil
zetten om zijn bekwaamheden op een bepaald gebied te vergroten. Talenten worden uitgebreid en kwaliteit verbeterd.

Ook collegiale consultatie (Coco) neemt een belangrijke plaats in binnen de schoolcultuur. Bij Coco gaan leerkrachten bij elkaar
op bezoek en met elkaar in gesprek om van elkaar te leren, elkaar advies te kunnen geven en tot hulp te kunnen zijn.
Coco is op basis van gelijkwaardigheid.


Regelmatig volgen de leerkrachten van de CNS cursussen en studie(mid)dagen. In deze samenkomsten staat bijvoorbeeld de
invoering van nieuwe methodes centraal, het ontwikkelen van een nieuwe visie, de verdere ontwikkeling van adaptief onderwijs
en dergelijke. Wanneer de leerlingen vrij hebben in verband met een dergelijke scholing van leerkrachten, staat dit vermeld in
de jaaragenda of krijgt u tijdig bericht via de nieuwsbrief.

Hst. 5 Schoolreglement

Hst. 5 Schoolreglement

De CNS beschikt over een uitgebreid document met afspraken en regels die be-trekking hebben op de school in al haar dimensies.
Dit document is een levend document wat ieder jaar wordt geëvalueerd. Niet (meer) ter zake doende regels worden verwijderd
en nieuwe regels worden toegevoegd. Regels en afspraken die ook voor ouders relevant zijn, staan in dit hoofdstuk vermeld.


Algemene schoolregels / regels van de week

1. Wij zijn eerbiedig als het over de HEERE gaat.
2. Wij zijn gehoorzaam.
3. Wij zorgen voor elkaar.
4. Wij letten op onze woorden.
5. Wij gedragen ons beleefd.
6. De ander hoort erbij.
7. Wij pesten niet.
8. Wij praten niet slecht over elkaar.
9. Wij praten ruzies uit.
10. Wij zijn rustig in school.
11. Wij zijn zuinig op eigen en andermans spullen.
12. Wij houden de school en het plein schoon.

Gedrag / kleding / veiligheid

1. Leerlingen houden zich aan de schoolregels.
2. Leerlingen dienen in hun kleding geen aanstoot te geven. We staan een bijbels onderscheid voor tussen man en vrouw.
    Dit wordt tijdens het aan-meldingsgesprek met nieuwe ouders ook aangegeven.

3. Make-up bij leerlingen is niet toegestaan.
4. Tijdens de gymles dragen de leerlingen van groep 1 en 2 gymschoenen met klittenband of instappers.
5. Tijdens de gymles dragen de leerlingen van groep 3 t/m 8 gymkleding en gymschoenen met witte zolen.
6. Gymkleding gaat na de gymles mee naar huis om gewassen te worden.
7. Leerlingen mogen op school geen (speelgoed)wapens, messen, aanstekers of andere voorwerpen bij zich hebben
    waarmee de veiligheid in het gedrang komt.

8. Radio's, mp3-spelers, mobiele telefoons e.d. evenals vuurwerk zijn bij leerlingen niet toegestaan.
9. Het is niet toegestaan dat leerlingen leraren tutoyeren.
10. De school en het plein zijn rook-, alcohol- en drugsvrij.

Aansprakelijkheid

1. Ouders/verzorgers kunnen aansprakelijk gesteld worden voor schade die de leerling heeft aangebracht aan
    schooleigendommen.

2. De school is niet aansprakelijk voor de eigendommen van de leerlingen.
3. Ouders/verzorgers zijn aansprakelijk voor alle aanspraken die door derden als gevolg van handelingen of
    daden van de leerlingen gemaakt worden. Dit betreft zowel veroorzaakte materiële schade als toegebracht letsel,
    ook indien dit gebeurt tijdens de schooltijden of pauzes of met vervoer.

    (Uitgebreide informatie vindt u in hoofdstuk 6 Ouders)

Schoolplein

1. Het schoolplein is verdeeld in een speelplein voor groep 1 t/m 4 en een speelplein groep 5 t/m 8.
2. Het speelplein van groep 1 t/m 4 loopt van de oostkant van het schoolplein tot waar de muur van het speellokaal begint.
3. Het speelplein van groep 5 t/m 8 loopt van de witte tegelrij schommel – hoofdingang tot de westkant van het schoolplein.
4. Beide speelpleinen hebben een overlap met elkaar zodat ook kinderen van groep 1 t/m 8 met elkaar kunnen spelen.
5. Het pad van het hek tot de weg is geen speelplein.
6. Leerlingen komen niet achter de fietsenstalling en achter en naast school. Toestemming geldt alleen bij speciale
    gelegenheden (b.v. bij het spel Blik-spuit bij het vieren van een verjaardag van een leerkracht) en wordt door een
    leerkracht gegeven.

7. De tuintjes en groenstroken zijn verboden gebied, zo ook de bielzen daar tussendoor.
8. Zonder toestemming én aanwezigheid van een leerkracht komt een leerling niet op het dak van de fietsenstalling of
    school. (b.v. om ballen te halen)

9. Leerlingen gaan zorgvuldig om met de materialen van school, zo ook met de buitenkant van het schoolgebouw
    (ramen, sierdieren, etc.).

10. Het plein wordt netjes en schoon gehouden. Afval wordt gedeponeerd in de prullenbakken.
11. Leerlingen zijn vrij om zelf speelmateriaal mee te nemen zoals knikkers, springtouwen, etc., mits de veiligheid niet
      in het gedrang komt. Zo zijn skelters, skeelers, skate- en waveboards niet toegestaan.

12. Vanaf 8.15 uur, 12.45 uur en in de pauzes zijn er altijd 1 of 2 pleinwachten aanwezig.

Fietsen

1. I.v.m. de veiligheid wordt op het pad en het schoolplein niet gefietst of gestept.
2. Leerlingen en leerkrachten stallen hun fietsen in de fietsenstalling.
3. De fietsenstalling wordt alleen betreden voor het halen of brengen van de fiets.

Openbare weg

1. 's Ochtends en 's middags na schooltijd zijn er verkeersbrigadiers aanwe-zig.
2. Alle leerlingen (ook groep 7 en 8) houden zich bij het oversteken aan de instructies van de verkeersbrigadiers.
3. I.v.m. het mogelijk ontstaan van verkeersgevaarlijke situaties parkeren wachtende ouders hun auto's niet óp de
    openbare weg, maar in de par-keervakken langs de weg. (Leerkrachten parkeren hun auto's zoveel mogelijk bij
    de Nije Warf)

4. Wanneer de parkeervakken vol zijn, wijken ook de ouders uit naar de Nije Warf.
5. Op de stoep worden voorbijgangers niet gehinderd.

Voeding

1. Voor de pauzehap en voor traktaties adviseren wij gezonde voeding. Geen prik, chips, snoep...
2. De hoeveelheid van de pauzehap dient te worden afgestemd op de 5 minuten die groep 3 t/m 8 krijgt voor de
    pauze om hun fruit en drinken te nuttigen.

Verjaardagen

1. Een jarige mag voor schooltijd zijn traktatie in de klas brengen.
2. In groep 1 t/m 8 wordt voor een jarige gezongen. De keuze van de liederen is vrij.
3. De kleuters ontvangen van de leerkracht een felicitatiekaart met alle namen van de medeleerlingen erop.
4. Een leerling uit groep 3 t/m 8 mag voor de pauze zijn klasgenoten trakteren, bij de leerkracht een felicitatiekaart
    uitzoeken en samen met maximaal 2 klasgenoten naar de personeelsruimte om daar in de pauze zich te laten
    feliciteren door de leerkrachten en hen eventueel te trakteren. Iedere leerkracht zet zijn naam op de felicitatiekaart.
    I.v.m. schoolzwemmen is in deze groepen trakteren op woensdag af te raden.

5. Wanneer naaste familieleden jarig zijn, mogen de leerlingen van groep 0, 1 en 2 op school een kleurplaat maken.
    De verjaardagsdatum dient ruim van tevoren schriftelijk te worden doorgegeven aan de leerkracht. Dit geldt
    overigens ook in geval van ziekte, geboorte en jubilea in de familie.

Geboorte

1. Wanneer een leerling een broertje of een zusje heeft gekregen, gaat de leerkracht van die leerling bij hen thuis
    op kraamvisite.

2. Als geschenk van de school wordt een boekje uit de serie 'Het Woord van de Koning', verteld door C. van Rijswijk,
    aangeboden.

3. Wanneer een geboorte in de nieuwsbrief vermeld mag worden, kunnen de ouders telefonisch of schriftelijk de
    naam en de geboortedatum van de baby doorgeven aan de directie. Ook is het mogelijk een geboortekaartje te
    sturen.

4. Wanneer de CNS een geboortekaartje ontvangt van ouders die bij de school betrokken zijn, leerkrachten,
    bestuur e.a. wordt dit kaartje in de eerstvolgende schoolkrant afgedrukt en ontvangen de ouders een
    felicitatiekaart van het team.

Na schooltijd

1. Leerlingen dienen na schooltijd z.s.m. de school en het plein te verlaten i.v.m. de verkeersbrigadiers.
2. Ouders halen tijdig hun (jongere) kinderen op.
3. Klassendienst en andere helpers verlaten de school uiterlijk 16.00 uur.
4. Iedere woensdagmiddag hebben de leerlingen vrij. De school en het plein is dan voor hen gesloten.

Hst. 6 Ouders

Hst. 6 Ouders

Ouders en school hebben een gezamenlijk belang. Beide zoeken het beste voor de leerling en beide willen dat het kind zich
optimaal kan ontwikkelen. De CNS ziet ouders als partners en investeert graag in een goed contact. Een betrokken relatie
tussen ouders en school kan alleen maar ten goede komen aan de leerling. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op hoe de
CNS hier vorm aan wil geven. Daarnaast vindt u ook praktische gegevens en procedures die van belang zijn voor de ouders
van de CNS.

Aanmelding nieuwe leerling

Uw kleuter mag in Nederland met 4 jaar voor het eerst naar school . Een hele nieuwe ervaring voor u en uw kind. Om een
indruk te krijgen of de CNS een passende school is voor uw kind, kunt u deze schoolgids doornemen, een kijkje nemen op
www.cnsww.nl en een kennismakingsgesprek aanvragen bij de directeur van de school. Wanneer u besluit uw kind op de CNS
naar school te laten gaan, kunt u bij hem een aanmeldingsformulier opvragen. Bij aanmelding van uw kind geeft u te kennen
in te stemmen met de grondslag van de school.


Voordat uw kind 4 jaar wordt, komt de leerkracht van groep 1 bij u en uw kind op bezoek om kennis te maken. Zij maakt dan ook
de afspraak wanneer uw kind op school verwacht wordt. De eerste schooldag is in overleg met school. Uw kind moet wel 4 jaar zijn.
De eerste schooldag van uw kleuter mag u zelf van 08.25 uur tot 09.30 uur bij uw kind in de klas blijven. Zo kan uw kind met een
vertrouwd persoon in de buurt wennen aan het schoolgebeuren. Om 9.30 uur begint de juf dan met de dagopening.


Wanneer uw kind(eren) vanaf een andere school in een hogere klas instroomt, kunt u van tevoren een afspraak maken om met
uw kind(eren) kennis te maken met de school en de leerkrachten.

Voor toelating van kinderen met een persoonsgebonden budget, kinderen met een positieve beschikking van een
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) of kinderen die teruggeplaatst worden vanuit het speciaal onderwijs zullen
gesprekken tussen school en ouders plaatsvinden.

Schriftelijke informatievoorziening

Aan het begin van elk nieuw schooljaar ontvangt u de schoolgids van de CNS met daarin, naast de vaste inlichtingen,
de actuele informatie van dat schooljaar.


Alle oudste schoolgaande kinderen krijgen de tweewekelijkse nieuwsbrief mee naar huis. In deze nieuwsbrieven leest u over het
welzijn van bestuur, personeel en leerlingen, geplande activiteiten en evaluaties daarvan en alles wat verder op school speelt.
In de kleuterklassen geeft de leerkracht ook regelmatig een kleuternieuwsbrief mee.


Twee maal per jaar, voor de kerst- en voor de zomervakantie, nemen alle leerlingen van de CNS een schoolkrant mee naar huis.
Naast diverse artikelen die met de school te maken hebben is hierin ook leerlingenwerk te bewonderen. Ook alle leden van de
school ontvangen een schoolkrant.


De website www.cnsww.nl heeft verschillende pagina's die overeenkomen met hoofdstukken en paragrafen uit deze schoolgids,
maar heeft ook groepspagina's waarop de leerkrachten periodiek informatie en foto's over het groepsgebeuren plaatsen.
Vanaf deze site kunt u ook linken naar websites van instanties die met de school te maken hebben.


Schriftelijke informatie over uw kind ontvangt u in de kleutergroepen 2 maal en in de overige groepen 3 maal in de vorm van een
rapport. Het rapport kan uit cijfers en uit woorden bestaan. In groep 6, 7 en 8 maken de leerlingen de Cito Entreetoets of de
Cito Eindtoets waarvan ook de ouders een rapportage ontvangen. Aan het einde van elk schooljaar gaan de behaalde scores
van alle overige Citotoetsen met het rapport van iedere leerling mee. Wanneer uw kind volgens een hulpplan extra hulp krijgt,
ontvangt u hiervan voor aanvang een afschrift met de vraag om dit ondertekend retour te zenden als teken van uw toestemming.
Na afloop ontvangt u het hulpplan nogmaals, nu met daarbij de verslaglegging en de conclusie. Wanneer, met uw toestemming,
uw kind besproken wordt met een externe deskundige, wordt het verslag daarvan u toegezonden. Als er een onderwijskundig
rapport over uw kind wordt opgesteld, bijvoorbeeld voor aanmelding voor het voortgezet onderwijs, krijgt u hiervan een afschrift.


Naast de schriftelijke informatievoorziening over uw kind is het uitwisselen van informatie middels persoonlijk contact erg waardevol.
In de volgende paragraaf wordt daar nader op ingegaan.

Contact ouders

De eigen leerkracht van uw kind kent uw kind vanuit de schoolsituatie en beschikt over de meest recente leerprestaties.
Wanneer u meer wilt weten over het welzijn of de resultaten van uw kind of wanneer u zorgen omtrent uw kind kenbaar wilt maken,
kunt u na schooltijd op school even bij hen langsgaan of hen telefonisch benaderen. Voor een uitgebreid gesprek kunt u het beste
een afspraak maken. Wanneer een leerkracht bijzonderheden opmerkt over een leerling of vragen heeft, zal hij ook contact met u
opnemen.
Het is mogelijk dat bij bepaalde kwesties, de leerkracht de directie of de IB-er vraagt om een gesprek bij te wonen. Indien door
persoonlijke, gezins- of familieomstandigheden het gedrag of de resultaten van uw kind beïnvloed kunnen worden, wordt het zeer
gewaardeerd wanneer u dit doorgeeft aan de leerkracht.


Wanneer u meer informatie wilt over een bepaald onderwerp of bezorgd bent over een zekere gang van zaken op school, neemt u
dan contact op met de directie. De deur van de directiekamer staat voor u open. Het is altijd mogelijk een afspraak te maken.


In de week aansluitend op de week waarin de leerling zijn rapport mee krijgt naar huis, worden er contactavonden georganiseerd.
Tijdens deze avonden krijgt u de gelegenheid 10 minuten met de leerkracht van uw kind te spreken over het functioneren van uw
kind op zowel onderwijskundig als sociaal-emotioneel gebied. Blijkt dat deze 10 minuten te kort zijn, dan kunt u aan het einde een
afspraak maken voor een uitgebreider vervolggesprek.

Voor het deelnemen aan een 10-minutengesprek, kunt u zich opgeven via een antwoordstrookje wat u van tevoren ontvangt en
voor een bepaalde datum in moet leveren. U wordt dan op 1 van beide avonden ingepland. Uw aangegeven voorkeuren worden
zoveel mogelijk meegenomen. Te laat ingeleverde strookjes kunnen helaas niet meer in het rooster worden opgenomen.


Enkele malen in de basisschoolloopbaan van een leerling komen leerkrachten van de CNS op ouderbezoek. Het doel van een
ouderbezoek is de uitwisseling van gegevens in een gemoedelijke, niet zozeer tijdgebonden, sfeer. De leerkracht maakt kennis
met de thuissituatie van de leerling. Voor het kind is het belangrijk te weten, dat er over en weer belangstelling is voor zijn welzijn
en prestaties.
Voor een ouderbezoek wordt door de leerkracht een afspraak met u gemaakt.


Ieder schooljaar wordt een avond georganiseerd met een principieel, opvoedkundig of onderwijskundig onderwerp. Eventueel
worden hier ook lopende schoolzaken toegelicht. Alle ouders zijn hier van harte welkom.


Ouders kunnen zitting nemen in de medezeggenschapsraad of de ouderraad van de school. Meer informatie over deze raden
vindt u in hoofdstuk 2 van deze gids.


Naast de georganiseerde contacten wordt door de CNS het dagelijkse, spontane contact ook erg op prijs gesteld. Uw
belangstelling of mogelijk bijdrage bij vieringen, feesten, evenementen en andere activiteiten wordt zeer gewaardeerd.

Ouderbijdrage

Vanaf het schooljaar 2010/2011 vragen we jaarlijks een vaste bijdrage van ouders, de ouderbijdrage. U kunt het bedrag
overmaken naar het rekeningnummer van de school. In deze ouderbijdrage zijn de volgende kosten opgenomen:


Schoolreis (jaarlijks betalen, 1x per 2 jaar schoolreis) € 10,00
Bibliotheekgeld € 5,00
Kosten overige activiteiten en voorzieningen € 15,00
(denk bijv. aan excursies, verjaardag juf/meester,
oranjemorgen, kerst, afscheid gr. 8 e.d.)
Per kind per jaar totaal € 30,00

Deze ouderbijdrage is vastgesteld in de MR-vergadering van 24 augustus 2010.

Voor de ouderbijdrage is het volgende van belang:
• Het is een vrijwillige ouderbijdrage. Als school zullen wij uw kind nooit weigeren als u de ouderbijdrage niet betaalt.
  Wel is het zo uw kind dan niet kan deelnemen aan de extra activiteiten die zijn opgenomen in de ouderbijdrage.

• Aan het begin van ieder schooljaar wordt u gevraagd een overeenkomst te tekenen. Door deze overeenkomt te
   tekenen gaat u de verplichting aan tot betaling.

• Het genoemde bedrag mag in delen worden betaald. U bent zelf verantwoordelijk dat het totaalbedrag voor het einde van
   het schooljaar is overgemaakt op de rekening van school.

• Er bestaat een mogelijkheid om de ouderbijdrage gedeeltelijk te betalen. Uw kind kan dan alleen deelnemen aan de
   activiteiten waarvoor betaald is.

• De ouderbijdrage geldt voor maximaal drie kinderen van één gezin. Als er meerdere kinderen naar school gaan, hoeft voor
   deze kinderen niets te worden betaald.

• Voor ouders die deze ouderbijdrage niet kunnen betalen geldt dat ze contact kunnen opnemen met de directeur voor een
   eventuele reducering of kwijtschelding.


De kosten van het zwemmen, de schoolfotograaf en het zendingsgeld zijn niet opgenomen in de ouderbijdrage. Voor het zwemgeld
heeft dit als reden dat alleen de kinderen van de groepen 3 t/m 5 deelnemen aan het schoolzwemmen. Bij de schoolfotograaf is de
ervaring dat sommige ouders een aantal foto's retourneren. Voor het zendingsgeld geldt, dat wij het goed vinden als kinderen leren
om zelf geld mee te nemen voor de zending. De kinderen leren zo om te geven voor de naaste.

Financiële steun

Om de school financieel te steunen, kunt u geld storten op rekeningnummer 3433.02.225 t.n.v. CNS Wouterswoude.
Ook door mee te doen aan acties voor de school of het plaatsen van een betaalde advertentie in de schoolkrant helpt u de CNS.
Eveneens is het mogelijk om geld beschikbaar te stellen voor toestellen, materiaal en apparatuur. Neemt u hiervoor contact op met
de directie. De school waakt ervoor dat het beschikbaar stellen van geld of goederen invloed heeft op de inhoud van het onderwijs.
Elk geval van sponsoring wordt apart bekeken.

Tussenschoolse opvang

De school biedt leerlingen de mogelijkheid om in de middagpauze over te blijven. Als u uw kind gebruik wilt laten maken van deze
overblijfmogelijkheid, neemt u dan contact op met het aanspreekpunt van de commissie Tussenschoolse opvang van de OR.

Adreswijziging

Wilt u bij een verandering in uw adresgegevens of telefoonnummer dit schriftelijk melden voor de administratie? Bij afwezigheid
overdag graag meerdere telefoonnummers doorgeven. Gaat u verhuizen, waardoor uw kinderen ook naar een andere school
moeten, neemt u dan contact op met de directie, zodat hij u nader kan informeren over de verdere gang van zaken.

Klachten

Wanneer u een klacht heeft, dan verneemt de CNS dat graag om zo spoedig mogelijk tot een oplossing te komen.
De school ziet een klacht als een wens tot verbetering. Het uiten van een klacht is niet alleen voor uzelf van belang.
Ook andere ouders en kinderen die bij ons op school komen voor onderwijs, informatie en hulpverlening nu of in de toekomst
hebben daar mogelijk baat bij. De wijze waarop u uw klacht kunt uiten en de manier waarop de klacht in behandeling wordt
genomen staat hieronder beschreven. De CNS wil uiterst serieus en vertrouwelijk met uw klacht omgaan. De directeur,
het bestuur, de vertrouwenspersonen en de klachtencommissie doen hun werk binnen de kaders van een klachtenregeling.
De volledige klachtenregeling ligt ter inzage op school. U kunt via het bestuur, de directeur of de vertrouwenspersonen inzage
krijgen in deze klachtenregeling.

Leidraad indienen en behandelen klacht

Dient u uw klacht zo spoedig mogelijk, maar zeker binnen een termijn van 3 maanden in. Op korte termijn zijn de
omstandigheden van de klacht nog voor alle betrokkenen het duidelijkst. Probeert u niet bij voorbaat medestanders te vinden
voor uw klacht, maar ga op persoonlijke titel het gesprek aan.


Uw klacht kan bij een leerkracht niet voor schooltijd ingediend worden. De leerkracht moet immers daarna nog voor de klas.
Na schooltijd is een meer geschikte tijd. U kunt altijd contact opnemen om een afspraak te maken. Benader de betrokkenen
niet in hun privésituatie.


Van beide zijden dienen de gesprekspartners zich te houden aan de regels voor een goed gesprek. Zo blijft u bij het onderwerp
en haalt geen oude meningsverschillen aan. Spreek vanuit uzelf en niet vanuit algemeenheden
('ik vind...' in plaats van 'anderen zeggen...'). Vermijd verwijten met de woorden altijd en nooit
('jij doet ook altijd...' 'er kan hier ook nooit...'). En behandel elkaar met respect en vriendelijkheid.

Procedure

Een klacht die betrekking heeft tot de school dient u op de volgende wijze in:
1. Bespreek de klacht als eerste mondeling met degene op wie de klacht betrekking heeft of die als eerste met de klacht te maken
heeft. Dit kan de leerkracht van uw kind zijn, wanneer de klacht gaat over een zaak die met uw kind te maken heeft.
Dit kan ook de directeur zijn, wanneer het gaat om b.v. onderwijskundig beleid. Gaat het om een bestuurskwestie,
dan benadert u het bestuur. Samen probeert u tot een oplossing te komen.

2. Wanneer u samen niet tot overeenstemming komt, dient u uw klacht in bij de directeur. Wanneer u uw klacht bij 1 al met de
directeur besprak, gaat u door naar stap 3.

3. Uw klacht is bij de voorgaande stappen niet tot een akkoord gekomen. U benadert het bestuur van de CNS.
4. Indien ook het gesprek met het bestuur niet tot het gewenste resultaat leidt, staat voor u de weg open om de
klachtencommissie van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs te Ridderkerk (regio Zwolle) te benaderen.
U heeft het recht om de klachtencommissie rechtstreeks te benaderen, dus zonder tussenkomst van de schoolleiding of het
schoolbestuur. De CNS verzoekt u wel om de school te informeren. De klachtencommissie is bedoeld voor klachten van ouders,
leerlingen en personeelsleden. Deze commissie heeft het recht om bestuursleden, personeel en leerlingen te horen.
De opgeroepenen hebben de plicht aan de oproep gehoor te geven. Als de klachtencommissie de klacht na onderzoek gegrond
verklaart, volgt rapportage en advies naar het schoolbestuur. Naar aanleiding van het advies kan het schoolbestuur maatregelen
nemen. Het advies van de klachtencommissie is niet bindend. Het bestuur heeft de plicht binnen 4 weken na binnenkomst van
het schriftelijk oordeel alle betrokkenen hun reactie en maatregelen mee te delen.

Vertrouwenspersonen

Wanneer het niet mogelijk is bij punt 1 t/m 3 uw klacht met de betrokkenen te bespreken, kunt u de vertrouwenspersonen van
de CNS inschakelen. Zij kunnen u advies geven over de wijze van handelen of proberen de klacht op te lossen. U kunt hen
vragen het gesprek bij te wonen of de klacht voor u door te sturen naar de klachtencommissie. Overigens kan dit laatste ook
rechtstreeks of via de directeur of het bestuur.

Vertrouwensinspecteur

Voor klachten over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, discriminatie, radicalisering, ernstig fysiek of geestelijk geweld kunt
u contact opnemen met een vertrouwensinspecteur van de Inspectie. De vertrouwensinspecteur adviseert en ondersteunt u
bij deze klachten. Leerlingen, docenten, ouders en andere betrokkenen kunnen een beroep doen op de vertrouwensinspecteur.
Bij een vermoeden van seksueel misbruik is de CNS wettelijk verplicht contact op te nemen met de vertrouwensinspecteur.
In overleg met de vertrouwensinspecteur heeft het bestuur vervolgens de plicht aangifte te doen bij de opsporingsambtenaar.
Aan de onderwijsinspecteur wordt melding van de aangifte gemaakt.

Inspectie van Onderwijs

Wanneer u een klacht indient bij de klachtencommissie kun u een kopie van uw klacht of bezwaar sturen naar de Inspectie
van het Onderwijs. De Inspectie kan uw informatie gebruiken bij een onderzoek naar de school.

Schade of letsel

Sinds 1993 zijn het schoolbestuur en het personeel niet zonder meer aansprake-lijk voor hetgeen de leerlingen van de CNS
doen of overkomt tijdens schooltijd. De ouders van kinderen tot 14 jaar zijn, ook ingeval het voorval zich binnen schooltijd
voordoet, aansprakelijk voor de door hun kinderen aan anderen toe-gebrachte schade. Dit wordt de zogenaamde
risicoaansprakelijkheid genoemd. De ouders kunnen slechts de leerkracht en /of schoolbestuur aanspreken wanneer zij
kunnen bewijzen dat de leerkracht /het schoolbestuur in de uitoefening van toezicht (verwijtbaar) is tekortgeschoten.
Een voorbeeld: Tijdens een ruzie op het schoolplein slaat een kind een ander kind een tand uit de mond. De ouders van het
kind dat het lichamelijk letsel veroorzaakte, zijn nu in beginsel aansprakelijk voor de aan het slachtoffer toegebrachte schade.
De toezichthoudende leerkracht, en daarmee ook het schoolbestuur als verantwoordelijke werkgever, zijn daarvoor dus in
principe niet aansprakelijk. Op de ouders rust vervolgens de bewijslast om aan te tonen dat de leerkracht bij het houden van
toezicht zijn taak niet naar behoren heeft vervuld.

Schoolbesturen blijven wel aansprakelijk voor schade die ontstaat ten gevolge van gebrekkig materiaal en gedragingen van
het personeel die voor anderen gevaar opleveren. Er is een ongevallenverzekering afgesloten voor die gevallen dat er sprake
is van een aanwijsbare nalatigheid van de school. Vaak doen zich overigens situaties voor, waarbij schade ontstaat waarvoor
niemand aansprakelijk gesteld kan worden. Wanneer een leerling bij het spel op het schoolplein bijvoorbeeld ten val komt,
zonder dat dit direct te wijten is aan gedragingen van andere leerlingen, en de bril van de betrokken leerling wordt daarbij
vernield, dan is daarvoor niemand aansprakelijk te stellen en zullen de ouders van de gevallen leerling de schade zelf moeten
dragen. In het schoolreglement zijn regels opgenomen over de aansprakelijkheid van school en ouders.

Vrij van school

Verzuim door ziekte

Als uw kind ziek is, dient u dit voor schooltijd telefonisch of schriftelijk via een broer of zus aan de leerkracht te melden.
De CNS gaat uit van de goede trouw van de ziekmelding. Bestaat het vermoeden dat de ziekmelding niet klopt, dan kan de
school de leerplichtambtenaar onderzoek laten uitvoeren. Deze informeert bij de ouders en/of de schoolarts naar de
achtergrond van de ziekte.

Vrijstelling onderwijsactiviteiten

In principe nemen de leerlingen deel aan alle aangeboden onderwijsactiviteiten. Slechts in zeer bijzondere gevallen kan
van deze regel afgeweken worden. Verzoeken om langdurig van een bepaalde onderwijsactiviteit te worden vrijgesteld,
moeten schriftelijk en gemotiveerd worden gedaan aan de directie. Gedacht wordt aan bijvoorbeeld principiële of
gezondheidsmotieven. De directie zal in zo'n geval bepalen welke vervangende activiteit hiervoor in de plaats komt.
Wanneer het kortdurende redenen betreft, volstaat een ondertekend briefje aan de eigen leerkracht.

Extra verlof

Extra verlof kunt u aanvragen bij de schooldirecteur. Hij beoordeelt elke aanvraag individueel. De directeur en de
leerplichtambtenaar dienen zich te houden aan de leerplichtwet. Om toestemming te vragen aan de directeur van de
school, maakt u gebruik van het hiervoor bestemde formulier. Dit formulier kunt u opvragen bij de directeur of invullen
op www.cnsww.nl, waarvandaan het direct verzonden kan worden naar de directie.


Om tijd te creëren voor open overleg of een eventuele bezwaarprocedure, moet de aanvraag van langdurig verlof
minimaal acht weken van tevoren bij de directeur van de CNS binnen zijn. Is de vakantie al besproken en zijn de
koffers bij wijze van spreken al gepakt, dan is er geen sprake meer van open overleg. Deze hoofdregel geldt niet voor
verlof voor een religieuze feestdag of als de termijn van acht weken niet redelijk en/of realistisch is door een
bijzondere omstandigheid. De schooldirecteur is bevoegd een besluit te nemen over een extra verlofaanvraag voor
maximaal tien dagen in een schooljaar (aaneensluitend of bij elkaar opgeteld). De leerplichtambtenaar is bevoegd
een besluit te nemen over een extra verlofaanvraag voor meer dan tien dagen. Hij doet dit altijd in overleg met de
schooldirecteur.


Als de directeur of leerplichtambtenaar uw aanvraag voor extra verlof afwijst en u bent het hier niet mee eens,
dan kunt u schriftelijk bezwaar maken bij de persoon die het besluit heeft genomen. In het bezwaarschrift moeten
tenminste de volgende gegevens staan: naam en adres van de leerling, datum, het besluit waartegen u bezwaar
maakt, argumenten waarom u het niet eens bent met het besluit, naam en handtekening van de ouder/verzorger.

U ontvangt schriftelijk bericht van de nieuwe beslissing. Wanneer u het opnieuw niet eens bent met het besluit
kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken schriftelijk in beroep gaan bij de
rechtbank.

Ongeoorloofd verzuim

Is een kind om onbekende oorzaak afwezig, dan belt school de ouders. In geval van spijbelen worden er
maatregelen getroffen tegen de leerling. De directeur is verplicht ongeoorloofd schoolverzuim te melden bij de
leerplichtambtenaar. De leerplichtambtenaar beslist of er een procesverbaal wordt opgemaakt. U kunt dan
eventueel een boete krijgen. Als de schooldirecteur het verzuim niet meldt, kan de school ook een procesverbaal
krijgen.